De Nederlandse theaters zijn niet meer wat ze vroeger waren. Het gebeurt niet van de ene op de andere dag of met veel bombarie, maar wie de afgelopen maanden een voorstelling heeft bezocht, merkt het meteen. Er zitten andere soorten mensen op de stoelen. Jonger. Bij de ingang is het luidruchtiger. Ze leken minder vaak de weg kwijt te zijn en hadden vaker hun telefoon bij zich.
Deze zomer lijkt die trend zich te versterken. Het jeugdtheater, dat al lange tijd wel geliefd was maar binnen de podiumkunsten niet erg belangrijk werd geacht, trekt nu plotseling volle zalen. Op woensdagochtend waren er schoolgroepen, maar er waren ook twintigers die bewust kaartjes hadden gekocht, ouders met tieners en jongvolwassenen die via sociale media over het theater hadden gehoord. Het is een publiek dat er voorheen niet was, of in ieder geval niet zo duidelijk aanwezig was.
| Onderwerp | Jeugdtheater in Nederland, zomer 2024–2025 |
|---|---|
| Sector | Podiumkunsten / Culturele sector |
| Kernpubliek | Jongeren (14–35 jaar), divers stedelijk publiek |
| Relevante spelers | Parktheater Eindhoven, Meervaart Amsterdam, Theater Rotterdam |
| Trend | Groeiende diversiteit in theaterpubliek na corona |
| Opvallend | Marokkaans-Nederlandse makers trekken nieuw publiek |
| Bron van verandering | Sociale media, community-binding, herkenning op het podium |
| Uitdaging | Structurele subsidiesystematiek loopt achter op nieuwe realiteit |
Het is moeilijk om in één verklaring precies te vatten wat er is veranderd. Maar het lijkt erop dat de theaterwereld sinds de coronajaren opnieuw heeft moeten beginnen. Na de lockdowns zagen theaters die gewend waren aan een vast, trouw publiek van vijftig- en zestigers dat die groep minder vaak terugkwam. Te lang waren de zalen te leeg. Daardoor gingen programmeurs anders naar mensen kijken – naar wie er echt wil komen en wie er alleen maar buiten staat te wachten maar nooit binnen is uitgenodigd.
In Eindhoven noemde Bram Jacobs van het Parktheater het een ingrijpende verandering. Dat vaste publiek bleek kwetsbaarder dan verwacht, ook al was er altijd wel een geweest. Daarna kwam er beweging in de zaak. Theatermakers zijn jonger en hebben een bredere achtergrond. Ze boeken op verschillende manieren. Ze hebben andere ideeën over wat theater is.

Dat heeft gevolgen. Vijf jaar geleden was het voor makers moeilijk om een zaal te huren. Nu staan ze op het hoofdprogramma. Sommigen hadden niet gedacht dat dat zou gebeuren. Jawad Es Soufi, beter bekend als Sloegie, vertelde ooit hoe hij met zijn 10.000 Instagram-volgers naar Theater Rotterdam ging en zei: „Als 10% van die mensen een kaartje koopt, is de zaal uitverkocht.” De zaal zat vol. Nog voordat de factuur was verstuurd.
Daar zit geen toeval in. Theaters hebben deze manier van denken lang over het hoofd gezien. Mensen die normaal gesproken niet in de foyer rondhingen – Marokkaans-Nederlandse gezinnen, jongeren uit arbeiderswijken en mensen die nog nooit naar het theater waren geweest – bleken juist heel geïnteresseerd te zijn. Ze kwamen gewoon niet opdagen voor een voorstelling die niet voor hen leek te zijn gemaakt.
Het blijkt dat herkenning het sleutelwoord is. Yassine Boussaid van het Meervaart in Amsterdam gebruikt het woord bijna altijd om te vertellen hoe de dingen de afgelopen jaren zijn veranderd. Niet diversiteit als een vakje dat je moet aanvinken, maar welkom zijn als een echte reden om te komen. Je moet gaan als je iets van je eigen leven, humor of taal op het podium ziet. Dan ga je de volgende keer weer. Daarna neem je iemand mee.
Vaak beseffen mensen niet hoe belangrijk jeugdtheater in dit verhaal is. Bij het maken van voorstellingen voor of over kinderen moeten kunstenaars trouw blijven aan het leven. Er is weinig ruimte voor rust of verveling. Het publiek reageert direct en zonder enige filter. Grote klassieke producties hebben meestal geen groep trouwe fans die het gevoel hebben dat dit theater ook voor hen is. Maar als makers dit goed aanpakken, krijgen ze er iets voor terug.
Niemand weet nog of deze zomer het begin is van een nieuw tijdperk of slechts een gelukkige periode. Veel theaters hebben het nog steeds moeilijk, en veel makers lopen subsidierondes mis. De structuren vergen veel tijd. De wetgeving kan de snelheid van de veranderingen niet bijhouden. Maar de zalen zitten nu al vol. Die groep mensen was er vorig jaar ook niet. Dat is op zich al iets waard.
