Het is niet warm. De grachten glinsteren. Tussen de verlichte kunstwerken die weerspiegelen in het donkere water rijst een vraag die je liever niet zou stellen: hoeveel kost dit alles aan elektriciteit?
Elk jaar trekt het Amsterdam Light Festival (ALF) tienduizenden mensen naar de grachten van Amsterdam. Twintig kunstenaars toonden hun werk bij de start van de veertiende editie in november vorig jaar. Er zijn heldere led-installaties, lichtprojecties op oude gevels en rondvaartboten die langzaam door verlichte kunsttunnels varen. Het is ongetwijfeld prachtig. Het is waar dat schoonheid en energieverbruik niet altijd hand in hand gaan, en het festival is zich hiervan bewust.
| Over Amsterdam Light Festival | Values |
|---|---|
| Opgericht | 2012 |
| Type organisatie | Non-profit |
| Locatie | Amsterdam, Nederland |
| Frequentie | Jaarlijks, november–januari |
| Huidige editie | 14e editie (2025–2026) |
| Thema 2025 | Rituals |
| Energieverbruik (editie 11) | 15.000 kWh totaal / 30 watt per bezoeker |
| Duurzaamheidsmijlpaal | ILO Sustainable Manifesto ondertekend (2022) |
| Doel 2025 | 100% elektrisch varen |
| Educatieproject | ~1.500 basisschoolleerlingen per editie |
Het ALF is niet alleen uniek vanwege de kunst, maar ook vanwege de openheid waarmee het spreekt over zijn impact op het milieu. Tijdens de elfde editie werd in 53 dagen 15.000 kWh verbruikt voor alle activiteiten en de twintig lichtkunstwerken. Dat lijkt veel stroom, maar als je het uitrekent, is dat slechts ongeveer 30 watt per bezoeker. Dat is vergelijkbaar met een avond tv kijken of je telefoon elke dag opladen. Dit cijfer verbaast mensen, omdat ze doorgaans veel erger verwachten.
Jessica Grootenboer, woordvoerster van Enexis, het bedrijf dat het elektriciteitsnet beheert, zegt het ronduit: mensen overschatten altijd hoe groot dit soort evenementen zijn. „Als bezoekers thuisblijven, verbruiken ze veel meer elektriciteit dan het lichtfestival zelf verbruikt”, zegt Grootenboer. Het klinkt onlogisch, maar het is waar. Thuis staat de verwarming aan, de tv staat aan en de vaatwasser draait. Op een koude winternacht kan een wandeling langs de Amstel minder energie verbruiken dan een avond op de bank.

Toch is het niet genoeg om alleen maar te zeggen dat alles in orde is. Het hoofd van Team Infra, Sjoerd van Gerwen, denkt dat er manieren zijn om de impact nog verder te verminderen. Zijn standpunt is duidelijk: leg de kunstroute aan op plekken waar al elektriciteit is, zodat er in het stadscentrum geen dieselgeneratoren hoeven te worden gebruikt. Het ALF lijkt die keuze al te hebben gemaakt; dieselgeneratoren zijn al jaren van de straten verdwenen en groene stroom uit het net heeft hun plaats ingenomen. Dit is een klein detail dat de meeste bezoekers niet opvalt, maar het is wel van belang in het grotere geheel.
Het festival toetst zijn aanpak ook aan normen die door andere landen zijn vastgesteld. Al deze lichtfestivals, samen met het ALF, hebben in 2022 het ILO Sustainable Manifesto ondertekend. De International Light Festival Organization heeft dat manifest opgesteld, waarin staat dat festivalgangers milieuvriendelijker moeten zijn en hun kennis moeten delen. Het is niet alleen een manier om geld te verdienen. Ook festivals zoals LUNA in Leeuwarden doen mee, en de resultaten worden achteraf openbaar gemaakt. Wat dit betreft neemt het ALF het heel serieus, alsof het festival beseft dat ‘mooi’ niet genoeg is om de problemen waarmee we vandaag de dag worden geconfronteerd op te lossen.
Marcel Bruinshoofd, een expert op het gebied van lichtkunst, stelt voor dat festivals de volgende stap zetten door batterijen op te slaan. Door kunstwerken uit te rusten met batterijen die kunnen worden opgeladen wanneer de vraag laag is, wordt het elektriciteitsnet tijdens piekuren ontlast. „Je kunt bezoekers ook vragen om actief energie op te wekken“, zegt Bruinshoofd, die nog een stap verder gaat. Installaties die veranderen wanneer mensen bewegen of ertegen praten. Mensen die naar het festival komen, zijn als energiebronnen, wat aansluit bij de manier waarop het festival altijd al heeft geprobeerd kunst en mensen met elkaar te verbinden.
De rondvaartboten, die vroeger in de discussie over duurzaamheid over het hoofd werden gezien, worden nu grotendeels elektrisch aangedreven. Elektrische boten vervoeren kunstwerken over het water, en technici verplaatsen zich per elektrische boot of fiets. Soms zijn al deze kleine beslissingen misschien wel belangrijker dan welke grote beleidswijziging dan ook. Dit komt doordat ze goed zichtbaar zijn; mensen kunnen ze zien terwijl ze langs de oevers lopen.
Het festival is er misschien niet op uit, maar het roept wel een grotere vraag op. Hoeveel uren elektriciteit zijn we bereid te betalen om van kunst op openbare plekken te genieten? Het ALF geeft geen kant-en-klare antwoorden, maar zijn openheid zet mensen aan het denken. Gegevens over hoeveel energie er wordt verbruikt, worden openbaar gemaakt. De keuzes worden duidelijk voorgelegd. Dat gebeurt niet vaak, omdat evenementen meestal praten over wat ze opleveren in plaats van wat ze kosten.
Op rustige avonden na 22.00 uur worden de lichten uitgedaan – ook dat is een keuze. Het is niet spectaculair of groots, maar het is wel meetbaar. Als het om duurzaamheid gaat, zijn het juist de dingen die je niet ziet die het verschil maken, zelfs nadat de grachten weer donker zijn.
