Er is nu iets veranderd in de vergaderzalen van Brussel. Het is moeilijk met zekerheid te zeggen wanneer dat precies is gebeurd, maar wie de Europese politiek de afgelopen jaren nauwlettend heeft gevolgd, merkt het aan kleine details. Er zijn minder grote stappen van individuele staatshoofden. Er zijn veel meer gezamenlijke verklaringen. Beslissingen die vroeger aan één persoon werden toegeschreven, worden nu door meer dan één persoon gedragen. Langzaam maar zeker lijkt het tijdperk van de visionaire solo-leider voorbij te zijn.
Daar valt niets aan te doen. Er gebeurt nu te veel in Europa voor één enkele stem, iets wat de afgelopen twintig jaar soms op pijnlijke wijze is geleerd. Er was geen behoefte aan een held tijdens de eurocrisis, de vluchtelingenstroom, de pandemie en vervolgens de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022. Ze moesten samenwerken. Ze hadden mensen nodig die geduld hadden, samenwerkten en bereid waren te betalen voor beslissingen die niemand in zijn eentje kon nemen.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Thema | Collectief leiderschap vs. soloregisseurs in Europese politiek |
| Geografische focus | Europese Unie en bredere Europese orde |
| Sleutelbegrip | Collectieve actie, generatiedynamiek, institutionele hervorming |
| Tijdskader | 1950 – heden (met nadruk op 2022–2026) |
| Relevante instituties | Europese Unie, Europese Raad, Europese Politieke Gemeenschap |
| Achtergrond | Stagnerende integratie na het Verdrag van Lissabon (2009) |
| Actuele context | Trump-administratie, Russische agressie, Orbáns vertrek (april 2026) |
| Kernvraag | Kan Europa functioneren zonder dominante individuele leiders? |
Toch is het verlangen naar de grote Europese figuur nog steeds erg sterk. Het doet denken aan Robert Schuman en Helmut Kohl, twee van de eersten die na 1945 de nieuwe identiteit van het continent vormgaven. Leiders van latere generaties beschikten niet over het vermogen van die generatie om te onthouden wat er mis kon gaan. Zij hadden gezien hoe slecht de situatie was. Zij wisten waarom integratie geen optie was. Dat gaf hun politieke wil een gevoel van urgentie dat moeilijk te evenaren is.
Maar er is iets interessants aan de manier waarop die generatie samenwerkte, ook al worden hun namen vandaag de dag als individuen herinnerd. Schuman werkte samen met Adenauer, en Delors had zijn eigen groep commissarissen. In de jaren tachtig en negentig handelden de „verdiepers“ niet op eigen houtje; ze maakten deel uit van netwerken. Het is mogelijk dat het idee van de Europese solodirigent altijd al een mythe is geweest, een verhaal dat nu beter klinkt dan destijds.

Wat echter wel is veranderd, is dat het collectief nu een bedrijf is. Tegen 2026 zal er een soort onuitgesproken overeenstemming bestaan dat institutionele hervormingen niet door slechts één land of persoon kunnen worden doorgevoerd. Niet zomaar een kleine verandering, maar een grote: Europese leiders schreven in oktober 2025 een brief aan António Costa, voorzitter van de Europese Raad, waarin ze opriepen tot een ingrijpende verandering. Het interessante aan die oproep was niet zozeer wat erin stond, maar wie hem had ondertekend: een grote groep mensen, niet slechts één persoon.
Veel hoofdsteden zijn blij dat Viktor Orbán in april 2026 uit zijn ambt is gezet. Maar wie denkt dat de EU hierdoor structureel minder kwetsbaar is geworden, heeft het mis. Eén stem die iets blokkeerde, is weggevallen, maar het systeem dat blokkades mogelijk maakt, bestaat nog steeds. Juist daarom is het debat over het collectiever maken van het Europese bestuur zo belangrijk. Niet als ideaal, maar als iets dat moet gebeuren.
Jongeren in het Europa van vandaag zijn opgegroeid op een continent met open grenzen, uitwisselingsprogramma’s en gemeenschappelijke valuta’s. Ze herinneren zich geen oorlog, maar wel dat ze voortdurend samenwerkten. Het is mogelijk dat deze generatie de terugkeer naar het collectieve niet als een compromis ziet, maar als de enige manier om zinvolle politiek te bedrijven. Niet gebaseerd op één enkel gezicht, maar op het gedeelde eigenaarschap van een continent dat het zich niet kan veroorloven al zijn eieren in één mand te leggen; dat zou wel eens de meest stabiele basis kunnen zijn voor het nieuwe Europese leiderschap.
