Op de zesde verdieping is een groep studenten van de Amsterdamse Theaterschool bezig met een stuk van Shakespeare. Niet omdat Shakespeare cool is, maar omdat het jambische pentameter-ritme iets bijbrengt wat moeilijk uit te leggen is: een gevoel voor ritme, ademhaling en hoe de betekenis zich aan het einde van een zin opbouwt. Ludwig Bindervoet, een gastdocent, vertelt waarom acteurs in Shakespeare-stukken niet bij komma’s mogen pauzeren. Het einde verklaart 90% van de betekenis. Als je het verhaal te vroeg onderbreekt, raak je de draad kwijt.
Het is een klein detail. Maar het zegt veel over hoe de ATKA dit jaar tegen theater aankijkt.
Terwijl die studenten in de klas druk bezig zijn met pentameters, speelt zich in de gangen beneden een groter verhaal af. Dit jaar kiest de school voor een aanpak waarbij de grenzen tussen vakken niet meer zo vanzelfsprekend zijn als vroeger. Dans, muziek, tekst en digitale media worden steeds vaker samen aangeboden, niet als een extraatje erbij, maar als de kern van wat het betekent om in het jaar 2026 acteur te zijn.
| Informatie | Details |
|---|---|
| Instelling | Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie (ATKA) |
| Onderdeel van | Academie voor Theater en Dans (ATD) / Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) |
| Locatie | Amsterdam, Nederland |
| Opleiding | Bachelor of Arts (BA) Theater |
| Studieduur | 4 jaar voltijd |
| Studielast | 240 EC |
| Voertaal | Nederlands |
| Artistieke leiding | Yvette Fijen |
| Opleidingsfocus | Acteren, zingen, kleinkunst, interdisciplinair theater, film en televisie |
| Bijzonder | Nadruk op ‘maker’-rol naast spelerschap; training in digitale media, geluidsstudio en beweging |
Het is niet duidelijk of dit een bewuste strategische keuze is of slechts een reactie op wat er buiten die muren gebeurt. Waarschijnlijk beide.
De afgelopen jaren heeft er een stille maar ingrijpende verandering plaatsgevonden in de theaterwereld. Veel van de vaste gezelschappen die acteurs werkzekerheid, een plek om te repeteren en een creatief thuis boden, zijn grotendeels verdwenen. In plaats daarvan zijn er nu veel freelancers, collectieven en makers die hun eigen werk maken. Kunstenaars en groepen als Sadettin Kirmiziyüz, Elvis de Launay, Dieheleding en Konvooi volgen niet zomaar een script dat hen wordt aangereikt. Ze schrijven, regisseren, spelen en maken voortdurend dingen.

Hier speelt de ATKA op in. Studenten leren niet alleen acteren, maar ook schrijven, componeren, filmen en samenwerken op gebieden die vroeger heel anders waren dan acteren. Er is een geluidsstudio voor professionals. Naast tekstanalyse zijn er lessen in Afrikaanse dans en aikido. Virtual reality en digitale technologie worden gebruikt om te experimenteren, niet als speelgoed, maar als hulpmiddelen om kunst te maken.
Waar dit toe kan leiden, laten gezelschappen als Nite, International Theater Amsterdam en Orkater zien. Mensen komen massaal naar hun werk kijken omdat het niet in één categorie past. Er is muziektheater dat tegelijkertijd dans is, politiek is en persoonlijk is. Het publiek begrijpt niet altijd wat ze hebben gezien, en dat is precies de bedoeling.
Er is ook iets open en eerlijks aan deze opleiding dat niet altijd hardop wordt gezegd. Als een student alles wil leren, raakt hij of zij misschien nergens echt in verdiept. De traditionele vaardigheden van het acteren, zoals techniek, concentratie en het vermogen om geduldig te zijn tijdens lange repetities, vergen tijd die moet worden gedeeld met al die andere vakgebieden. Het lijdt geen twijfel dat de school zich afvraagt of dat tot een verlies leidt. We hebben het antwoord nog niet.
Maar misschien is dat ook juist de bedoeling. In plaats van een instituut te zijn dat antwoorden geeft, positioneert de ATKA zich dit jaar als een plek die vragen stelt over wat theater is, wie het maakt en voor wie. Morgen zullen de studenten die Shakespeare lezen hun eigen toneelstukken samenstellen. Daarvoor hebben ze meer nodig dan alleen een goed gevoel voor jamben.
De theaterwereld wacht niet. Het lijkt erop dat Amsterdam er klaar voor wil zijn.
