In een klein theater in Amsterdam met houten stoelen, verlichting die net iets te zwak is, en een actrice die haar tekst een fractie van een seconde te laat uitspreekt, gebeurt er iets verbazingwekkends. Het publiek leunt naar voren. Niet zo ver achterover als bij Netflix. Naar voren. Mensen zitten op het puntje van hun stoel wanneer ze dat vleugje twijfel of aarzeling op het podium zien. Er is een verschil tussen ‘ondanks’ en ‘juist vanwege’ die onvolkomenheid.
Tegenwoordig doet technologie veel beloften, maar komt ze die nooit na. Binnen enkele seconden kan AI tekst, afbeeldingen en muziek maken. Streamingdiensten beschikken over een enorme bibliotheek aan content. Toch, of misschien juist daarom, zijn steeds meer mensen op zoek naar iets dat ruw is, dat ademt en dat misschien wel mislukt. Een van de meest directe manieren om dit te laten zien is via analoog theater.
Het verband met vinyl is moeilijk te missen. In 2023 werden alleen al in het Verenigd Koninkrijk zes miljoen LP’s verkocht. Dit was het zestiende jaar op rij dat de verkoopcijfers stegen. Jongeren die ernaar luisteren, kiezen voor het gekraak, het gesis en het handgebaar van het op de plaat zetten van de naald. Ze willen de reis voelen, niet alleen horen waar die naartoe gaat. In het theater werkt het net zo. Het duurde te lang voordat het doek opging. Een stem die even hapte. Deze foutjes doen geen afbreuk aan de boodschap; ze laten juist zien dat er een mens op het podium staat.

Marijke Hessels, theaterjournaliste, schreef vorig jaar over hoe AI wordt ingezet in het creatieve proces van voorstellingen en hoe dit tot interessante ontwikkelingen kan leiden. Maar ze maakte ook een zeer treffende opmerking: wanneer het vermogen van een systeem om ideeën te genereren de dramatische kern gaat bepalen, faalt het. De willekeur van een algoritme is geen probleem. Maar een fout die door een mens op het podium wordt gemaakt, is dat wel. Willekeurig zijn is niet hetzelfde als onzeker zijn, en juist dat verschil maakt analoog theater zo spannend. Mensen in het publiek reageren onmiddellijk, niet met irritatie, maar met herkenning, wanneer een danser struikelt of een muzikant een noot te vroeg aanslaat. Want zo werkt het leven ook. Niet perfect, niet soepel, en niet in 4K.
De warmte die vinyl toevoegt, wordt in de wereld van hifi-audio ‘harmonische vervorming’ genoemd. Dit is iets wat digitale systemen technisch gezien als een fout beschouwen, maar wat luisteraars als menselijk ervaren. Die vervorming ziet er in het theater anders uit. Als je aarzelt, zweet of even de verkeerde kant op kijkt, dan is dat precies wat het is. Het is niet helemaal klinisch nauwkeurig. Mensen in het publiek voelen dat wel, maar kunnen er geen naam op plakken.
Het heeft ook te maken met het ritueel. Om een plaat af te spelen, moet je dingen doen zoals de hoes openen, de naald op zijn plaats zetten en wachten. Voor analoog theater is iets soortgelijks nodig. Je trekt een jas aan, gaat ergens heen, gaat zitten bij mensen die je niet kent en legt je telefoon weg. Die keuzes die je bewust maakt, veranderen de manier waarop je aandacht schenkt. Je bent er echt. Niet halfslachtig, niet terwijl je afgeleid bent, en niet terwijl je nog een ander tabblad open hebt staan.
Deze terugkeer naar analoog komt niet alleen voort uit nostalgie, of in ieder geval niet alleen daaruit. De tieners en jongvolwassenen die platenzaken binnenlopen, hebben die tijd niet meegemaakt. Ze kiezen voor vinyl omdat het op ieder van hen een ander effect heeft. En jongvolwassenen van in de twintig die op zoek zijn naar kleine theaters, doen dat niet omdat ze grote Broadway-shows missen. Ze willen iets dat niet geprogrammeerd kan worden.
Dat is misschien wel het eerlijkste wat we op dit moment kunnen zeggen: in een wereld waar simulaties steeds beter worden, wordt het echte steeds waardevoller. Een beetje ruw. Niet helemaal uitgewerkt. Gewoon daar, met al zijn gebreken, zweet en ongemakkelijke stiltes die te lang duren.
