Soms herinner je je een zomer vanwege een concert of een kunsttentoonstelling die je nog wekenlang bijblijft. Deze zomer gaat het in Amsterdam een andere kant op. Tussen de drukke trottoirs en de overvolle museumzalen heeft zich een rustigere trend doorgezet: de Ierse traditie van het vertellen van verhalen, die haar wortels heeft in honderden jaren aan „seisiúns“ en dorpsbijeenkomsten, heeft een publiek gevonden dat dit niet per se had verwacht.
Het begon bescheiden. In een paar kleine zalen organiseerden mensen die vinden dat verhalen verteld moeten worden – en niet getoond of gestreamd – deze evenementen. Er is geen PowerPoint, geen achtergrondmuziek en geen timer. Iemand staat op, kijkt de zaal rond en begint dan. Wat er daarna gebeurt, is moeilijk uit te leggen aan iemand die er niet bij was.
Er is iets heel interessants aan de manier waarop verhalen in de Ierse traditie worden verteld. Het gaat niet alleen om de plot. Het gaat om de pauze vóór de clou, de zin die net iets te lang blijft hangen, en de verteller die even wegkijkt alsof hij zichzelf eraan moet herinneren dat wat hij zojuist zei, ook echt is gebeurd. Die techniek – want het *is* een techniek, ook al lijkt het het tegenovergestelde – heeft een kwaliteit die je niet vaak tegenkomt in moderne culturele programma’s. Je moet geduld hebben. En geduld loont.

Mensen in Amsterdam zijn gewend om voortdurend geprikkeld en opgejaagd te worden, dus het feit dat deze vorm een snaar raakt, kan een teken zijn van een dieper verlangen. Het is moeilijk te benoemen, maar je merkt dat mensen het beu zijn om alleen maar dingen te consumeren en iets willen doen waarbij ze meer betrokken zijn. In een kleine ruimte is luisteren naar een verteller geen passieve ervaring. Je helpt het verhaal in je hoofd vorm te geven. Je vult de leemtes in. Dat is niet hetzelfde als Netflix. Het is fundamenteel anders.
Dit is iets wat de Ieren altijd al hebben geweten. Op een plek waar schrijven lange tijd verboden was, bleef kennis voortleven door het gesproken woord. Verhalenvertellers, of ‘seanachies’ zoals ze vroeger werden genoemd, waren niet zoals de entertainers die we vandaag de dag kennen. Zij waren degenen die dingen onthielden; zij hielden stambomen, mythen en lokale geschiedenis levend. Dat gewicht is nog steeds aanwezig in de traditie, ook al gaan de verhalen tegenwoordig over heel andere dingen, zoals het verlaten van het ouderlijk huis, moeders of het verdriet om mensen die zijn overleden.
Dit seizoen hebben de programmeurs in Amsterdam het goed aangepakt: je hoeft deze traditie niet in barnsteen te bewaren. De interessantste avonden zijn niet die waarop oude verhalen worden nagespeeld; het zijn juist die avonden waarop moderne verhalenvertellers – sommigen Iers, anderen niet – de vorm aanpassen aan hun eigen verhalen. Die manier van denken straalt een gevoel van vrijheid uit.
Het is nog te vroeg om te zeggen of dit blijvend is of niet. In Amsterdam bereiken culturele trends vaak snel hun hoogtepunt en ebben ze daarna langzaam weg. Er is iets aan de manier waarop mensen zich bij deze evenementen gedragen – een stille verbazing dat ze er zijn, luisteren en niet weg willen – dat me doet denken dat dit meer is dan alleen een zomertrend.
Misschien is het wel eenvoudig. Nu iedereen iets te zeggen lijkt te hebben maar niet genoeg ruimte om het te zeggen, is er iets verrassend ontroerends aan het simpelweg zitten en luisteren naar een goed verhaal. Dat gevoel is niet gebonden aan een bepaald land. Het feit dat de Ieren er zo goed in zijn, helpt echter wel.
