In het DeLaMar Theater op het Leidseplein heerst deze zomer een nieuwe sfeer. Mensen die de afgelopen jaren veel grote musicals en cabaretavonden hebben bezocht, zullen het meteen opmerken. Het theater is veranderd. Het werd gered van meerdere faillissementen en weer tot leven gewekt dankzij de visie van Joop en Janine van den Ende. Niet met een grote aankondiging of veel mooie woorden in de pers. Het gebeurde gewoon. Iedereen heeft het er nog steeds over.
De concrete aanleiding is de Nederlandse première van *tick, tick… BOOM!, de beroemde Broadway-show die nu voor het eerst in Nederland te zien is. Het DeLaMar heeft zijn zaal speciaal voor deze voorstelling omgetoverd tot een kleine rockzaal. Het geluid is ruwer, de energie is anders en de stoelen staan dichter bij het podium. De hoofdrol is weggelegd voor zanger en acteur Milan van Waardenburg. Mensen die hem kennen van zijn andere werk, weten dat hij halverwege een voorstelling niet op veilig speelt. Dat sluit naadloos aan bij wat het DeLaMar hier probeert te doen.
Je zou dit gemakkelijk kunnen afdoen als een publiciteitsstunt. Maar dat zou niet weergeven wat er werkelijk aan de hand is. Dit jaar viert het DeLaMar zijn vijftienjarig jubileum, en die grote gebeurtenis lijkt iets nieuws in gang te hebben gezet. Artiesten als Jeangu Macrooy, Alex Klaasen en zelfs André van Duin deelden eerder dit jaar het podium tijdens het jubileumgala, en het theater was heel open over zijn doelstellingen. Het wil meer zijn dan alleen een plek waar grote namen en bekende titels te zien zijn. Het wil een plek zijn waar mensen dapper genoeg zijn om van koers te veranderen, te verkennen en iets nieuws te proberen.

Het bijzondere aan gebouwen is hoe ze een eigen leven gaan leiden. Dat is iets wat het DeLaMar kenmerkt. Het ziet eruit als een modern gebouw, maar van binnen voelt het als een plek die al tachtig jaar verhalen vertelt. Als je door de zaal loopt, kun je die mix echt voelen. De foyer, de verlichting en de manier waarop mensen zich in het theater bewegen, zorgen ervoor dat het er iets minder gehaast aanvoelt dan in andere theaters. Het is alsof de plek zelf je aandacht wil.
Deze foto past goed bij de keuze voor „tick, tick, BOOM!”. Een jonge componist zit vol stress over de tijd, zijn vaardigheden en de vraag of hij ooit goed genoeg zal zijn voor dit stuk. Niet het eerste waar je aan denkt als zomerprogramma. Maar juist daarom is het misschien wel interessant. Zoals het theater zelf zegt: we kiezen niet altijd de populairste voorstelling; soms kiezen we het juiste stuk op het juiste moment.
Of dat er daadwerkelijk voor zorgt dat mensen komen kijken, is een andere vraag. Er is in de zomer van alles te doen in Amsterdam, zoals festivals, openluchttheater en de constante stroom toeristen. Toch lijkt het vertrouwen van het theater te worden ondersteund door de kaartverkoop. Mensen willen duidelijk iets dat niet alleen aanvoelt als een evenement, maar als een ervaring.
Ter gelegenheid van hun jubileum schreven Joop en Janine van den Ende iets dat je bijblijft: de artiest op het podium geeft je iets wat technologie niet kan. Iets dat met jou te maken heeft. Iets echts. Het klinkt misschien als een cliché, maar iedereen die de afgelopen maanden in het DeLaMar is geweest, weet wat ze bedoelen. Dit jaar probeert het theater je bewust dat gevoel te geven. Het lijkt erop dat het voorlopig werkt.
