De manier waarop jonge toneelschrijvers te werk gaan, is enigszins veranderd. De wereld van de korte films is op zijn kop gezet, maar het was geen grote verandering of een manifest zoals het Manifest van Oberhausen uit 1962. Het is niet zo opvallend. Het is bijna onopgemerkt gebleven. Misschien heb je het zelf wel gezien als je de afgelopen maanden in de buurt bent geweest van een schrijversresidentie, een theaterworkshop of een kleine zaal waar nieuwe acteurs hun eerste scènes uitproberen: Claude staat open op de laptop naast het notitieblok.
Dat is een grote verandering. Toneelschrijven was meestal een klus voor één persoon. Het is aan jou om te beslissen of de dialoog klopt of alleen maar zo klinkt. Je zit met je personages en de pauzes tussen de regels. Vroeger belde je daarvoor een dramaturg. Je kon ook wachten op een schrijfreis met een docent als Annelies Verbeke, die weet hoe ze een schrijver vooruit kan helpen zonder diens stem over te nemen. Claude wordt nu door steeds meer jonge makers gebruikt als een soort altijd beschikbare gesprekspartner die zich nooit verveelt en nooit oordeelt.
| Keys | Details |
|---|---|
| Onderwerp | AI als co-auteur in het hedendaagse theater |
| Relevante tool | Claude (Anthropic) |
| Doelgroep | Jonge toneelschrijvers, theatermakers, culturele sector |
| Geografische context | Nederland en Vlaanderen |
| Historische parallel | De Vlaamse golf, experimentele televisie (De Andere Film, jaren ’70) |
| Bredere trend | AI in creatieve sectoren, democratisering van het schrijvende ambacht |
| Verwante initiatieven | Schrijfresidenties toneel, Theater Bellevue Amsterdam |
| Toonaangevende namen | Annelies Verbeke, Tom Lanoye, Eric de Kuyper (historisch kader) |
Het is mogelijk dat dit mensen die het theater als een heilige ruimte voor expressie zien, een ongemakkelijk gevoel geeft. Het is logisch dat je je daar zorgen over maakt. Maar als je goed kijkt, zie je geen machine die de plaats van schrijvers inneemt. Je ziet schrijvers die dapper genoeg zijn om te zeggen wat ze denken. Claude reageert op een scène, stelt vragen, stelt een andere manier voor om dingen aan te pakken en ontdekt een tekortkoming in de logica van de dramaturgie. De schrijver maakt de keuze. Altijd de auteur.
Er is een historische parallel die opvalt, ook al lijkt die onwaarschijnlijk. Men was in de jaren zeventig fel gekant tegen het programma „De Andere Film“ van Eric de Kuyper bij de BRT. De technische ploegen wilden niet altijd meewerken. Een regisseur stopte een uitzending halverwege omdat ze er genoeg van had. Mensen hielden niet van de films omdat ze te experimenteel, te vreemd en te anders waren dan wat ze gewend waren. Toch liep het programma zeven jaar door, mede omdat een afdelingshoofd, wiens schoenen vuil waren van het werk op een bouwplaats, zijn producent de volledige vrijheid gaf. Mensen die wisten dat nieuw niet hetzelfde is als verkeerd, hielpen het experiment in stand te houden. Het lijkt erop dat dezelfde redenering nu ook opgaat.

Als onderdeel van een project van Theater Bellevue dit voorjaar spraken vier jonge toneelschrijvers met homoseksuele senioren in Amsterdam. Over liefde, het leven en trots zijn. Het resultaat was theater gebaseerd op echte mensen en hun herinneringen. Claude speelde hier zeker een rol in, maar niet als verteller. Hij was meer een klankbord, een structurele steun en de onvermoeibare partner die om 2 uur ’s nachts nog reageert op een monoloog die halverwege is geschreven.
Wat opvalt, is dat schrijvers die gebruikmaken van Claude daar niet over zwijgen alsof het iets slechts is. Het tegenovergestelde is waar. Ze praten er openlijk over en ook op een praktische manier. Tom Lanoye won onlangs de Prijs voor Nederlandse Literatuur voor zijn gehele oeuvre. Hij werd beroemd door zijn heel eigen manier van taalgebruik, die sterk afweek van wat anderen deden. Hoe dan ook, ik denk dat zelfs hij zou weten dat de hulpmiddelen veranderen, maar het vak niet. Naast het schrijven van het verhaal werkte hij ook aan dramatiseringen, bewerkingen en groepsprojecten. Ten Oorlog was niet echt zijn eigen werk.
Daarom is het belangrijk om eerlijk te zijn: Claude schrijft geen theater. Hij helpt iemand bij het schrijven van toneelstukken. Dat klinkt misschien als een klein detail, maar het is eigenlijk het allerbelangrijkste. Iemand moet beslissingen nemen over zaken als welke stem er op het podium moet worden gebruikt, welke zinnen er moeten blijven en welke eruit moeten, en of een personage meer menselijk of juist meer dierlijk moet worden gemaakt. Een auteur. Iemand die moet spreken.
Het is nog te vroeg om te zeggen wat dit op de lange termijn voor toneelteksten zal betekenen. Het is onmogelijk te zeggen of de toneelstukken die deels met Claude zijn gemaakt ook de beste zijn. Maar die vraag lijkt niet meer zo belangrijk. De nieuwe schrijvers weten wat werkt en passen dat toe. Ze proberen nieuwe dingen uit, brengen veranderingen aan en blijven schrijven. En misschien is dat wel wat theater altijd al heeft gedaan: in leven blijven door te veranderen.
