Het lijkt erop dat er veranderingen gaande zijn op de Antwerpse podia. Niet veel en niet van de ene op de andere dag. Maar wie de afgelopen seizoenen regelmatig voorstellingen heeft bezocht, merkt het wel. De tekst verdwijnt van het scherm. Het lichaam neemt het over.
Daar valt niet aan te ontkomen. Verschillende grote theaters in Antwerpen krijgen een nieuw management, en een nieuwe generatie kunstenaars maakt keuzes die heel anders zijn dan die van hun voorgangers. Er hangt iets in de lucht waardoor je naar het theater wilt gaan nog voordat je weet wat het is. Theater dat je hart raakt, niet je hoofd.
| Onderwerp | De terugkeer van het fysieke theater in Antwerpen |
|---|---|
| Thema | Fysiek en non-verbaal theater als artistieke beweging |
| Geografische focus | Antwerpen, Vlaanderen |
| Relevante context | Directiewisselingen bij meerdere Antwerpse theaterhuizen |
| Historische achtergrond | Gloriejaren van het Antwerpse theater in de jaren ’80 en ’90 |
| Centrale vraag | Kan het lichaam spreken waar woorden tekortschieten? |
| Artistieke stroming | Fysiek theater, performance, dans, abstractie |
| Sleutelbegrip | Non-verbale communicatie op het podium |
Fysiek theater, waarin het lichaam van de performer de belangrijkste manier is om betekenis over te brengen, is geen nieuw idee. In Antwerpen beleeft het echter een soort comeback. Een bewuste terugkeer, zo je wilt. Jonge kunstenaars die moe zijn, kiezen het podium niet als stilistisch middel, maar als een manier om een statement te maken. Het is duidelijk dat de performer moe is. Het is echt zweet. En dat is precies wat tekst zelden doet: het zorgt ervoor dat dingen heel echt aanvoelen.
Men heeft lang gedacht dat theater vooral een literaire kunstvorm is. De tekst vormt de basis, en de acteur is de dienaar van het woord. Dat idee zit diep geworteld in Antwerpen, deels omdat de toneelscholen van de stad een lange geschiedenis hebben die de stad groot heeft gemaakt. Toneel Dora van der Groen en het Herman Teirlinck Instituut hebben generaties acteurs opgeleid die de tekst vereerden. Dat heeft geleid tot prachtige voorstellingen. Maar het heeft er ook voor gezorgd dat mensen de goede oude tijd missen, wat de stad lange tijd in zijn greep heeft gehouden.

Dat verlangen naar de jaren tachtig, de groep, het Antwerpse accent en de houten vloer geeft je een veilig en geruststellend gevoel, maar het zorgt er ook voor dat je je beklemd voelt. Het kijkt naar zichzelf van binnenuit. Het is mogelijk dat theater het krachtigst is wanneer het naar buiten kijkt, naar het lichaam, de ruimte of de stilte tussen twee mensen op het podium. Er is een gevoel dat sommige mensen in de Antwerpse theaterwereld dit eindelijk beginnen te begrijpen.
Waarom is fysiek theater zo interessant? Het simpele antwoord is dat het lichaam niet zo gemakkelijk liegt als woorden. Er is iets wat je als toeschouwer niet kunt ontlopen: een acteur die twintig minuten lang niet veel zegt, maar wiens ademhaling, houding en blik een verhaal vertellen. Het raakt je op verschillende manieren. Veel meer via de buik dan via de hersenschors.
Deze verschuiving heeft wellicht iets te maken met een breder cultureel verlangen naar waarheid. Mensen staren tegenwoordig urenlang naar schermen vol perfecte tekst die is geredigeerd en feilloos wordt uitgesproken. Juist dit is iets wat theater je kan bieden en films niet: een echt lichaam dat daadwerkelijk moe wordt, struikelt en buiten adem raakt. Dat feit is politiek, ook al is het niet zo bedoeld.
Er zijn natuurlijk ook vraagtekens. Slechte, op tekst gebaseerde theatervoorstellingen kunnen net zoveel stress opleveren als slecht fysiek theater. Er zijn reële risico’s; naar je navel kijken terwijl je beweegt, blijft naar je navel kijken. En niet alle voorstellingen die woorden achterwege laten, zeggen daardoor meer. Soms zeggen ze juist minder. Het verschil zit hem in de precisie, in wat ermee bedoeld wordt, en in de vraag of de makers echt iets willen zeggen of alleen maar indruk willen maken. Antwerpen heeft op dit moment misschien minder behoefte aan een manifest en meer aan gewoon ruimte.
Er is ruimte voor makers die verschillende richtingen inslaan. Er zou ruimte moeten zijn voor dans en drama, voor abstractie en realisme, en voor stilte en dialect. Het lichaam op het podium hoeft niet in de plaats te komen van het woord. Het kan ernaast bestaan. Uiteindelijk kan het op zichzelf staan. Probeer het eens uit en kijk wat er gebeurt als de tekst weg is, maar de ademhaling er nog steeds is.
