Er is iets vreemds aan de hand in de theaterwereld. Er hangt een sfeer van angst in de lucht telkens wanneer mensen het over AI hebben, of dat nu tijdens vergaderingen is, na voorstellingen of in de gangen van subsidie-aanvragers. Het lijkt wel alsof het algoritme de vijand is. Maar de echte vraag, die eenvoudiger en directer is, wordt zelden gesteld: wie heeft deze AI gemaakt en wat willen ze ermee doen?
Tom Helmer, artistiek producent bij Theater Bellevue, vertelde onlangs hoe blij hij was dat hij met behulp van AI veertig trefwoorden van Europese theaterpartners kon omzetten in twee bruikbare projectthema’s. Het werkte. De vergadering bruiste van de energie. Iedereen had het gevoel dat er naar hen werd geluisterd. Maar er zit een klein detail in die beschrijving dat je gemakkelijk over het hoofd ziet: de AI op zijn scherm „reageerde zoals altijd opgewekt“. Altijd opgewekt. Wordt nooit moe. Is nooit negatief. Dat is niet iets wat een neutraal hulpmiddel zou doen. Dat is gekozen door de ontwerper.
| Onderwerp | AI in de theaterwereld |
|---|---|
| Thema | Ethiek, technologie en kunstcreatie |
| Sector | Theater / Podiumkunsten / Tech |
| Relevante begrippen | Generatieve AI, auteursrecht, grote taalmodellen, creatief proces |
| Geografische context | Nederland en Vlaanderen, breder Europa |
| Tijdskader | 2024–2026 |
| Centrale vraag | Wie controleert de AI die het theater binnendringt, en met welke belangen? |
| Toon van het debat | Tweeslachtig — enthousiasme én zorg |
Sommige bedrijven bouwen grote taalmodellen, maar de meeste mensen lezen nooit de gebruiksvoorwaarden of de advertenties die daarbij horen. Mensen die in het theater werken en een subsidieaanvraag, een toneelstuk of zelfs een portretfoto uploaden naar ChatGPT, geven die informatie aan een systeem waarvan de regels zijn opgesteld in een kantoor in San Francisco of Redmond. Dat is geen theorie over een complot. Het staat in de gebruiksvoorwaarden. Het is mogelijk dat de meeste mensen die toneelstukken maken dit weten, maar ervoor kiezen het te negeren. Dat is begrijpelijk, aangezien het werkt en uren werk bespaart.
Er is ook een probleem dat minder voor de hand ligt. Omdat AI-systemen zijn getraind op menselijke tekst, hebben ze menselijke vooroordelen overgenomen over wie er aan het woord mag komen, welke verhalen het vertellen waard zijn en welke toon professioneel klinkt. Als je systeem voornamelijk wordt gevoed met Engelstalige, westerse en commercieel succesvolle teksten, zal het een ander idee hebben van wat ‘goed schrijven’ is dan een Kosovaars theatergezelschap dat gebruikmaakt van mondelinge overlevering. Het is niet eens de vraag of AI die vooroordelen heeft. De vraag is of iemand in de theaterwereld er regelmatig naar kijkt.

Wanneer toneelschrijvers AI gebruiken om ideeën op te doen, doen ze dat meestal bewust en zorgvuldig. Dit is natuurlijk niet hetzelfde als groepen die een commercieel systeem hun berichtgeving, fondsenwerving en zelfs hun artistieke visie laten bepalen. Daar zit het probleem. Het is niet zo dat technologie slecht is; het is alleen dat de afhankelijkheid verborgen blijft. Als een AI-suggestie een dramaturg helpt om een schrijversblok te overwinnen, behoudt hij zijn eigen oordeel. Als een theater een algoritme laat beslissen wat het is, verliest het iets zonder dat het zich daar zelfs maar bewust van is.
Een andere vraag die niet vaak wordt gesteld, is of dit debat wel eerlijk is. Wie profiteert ervan als filmmakers AI als normaal gaan beschouwen? Het zijn niet de schrijvers. Niet de mensen ter plaatse. In plaats daarvan zijn het de techbedrijven die schaalgrootte opbouwen, abonnementen verkopen en gegevens verzamelen. Macht, inclusief wat er op het podium gebeurt en wie beslist wat er op het podium gebeurt, is altijd een gevoelig onderwerp geweest in het theater. Het zou vreemd zijn als diezelfde sector blindelings de regels zou volgen die zijn opgesteld door mensen die meer om groei geven dan om kunst.
AI kan echter wel degelijk in het theater worden ingezet. Die plek bestaat, en hij is reëel. Maar mensen moeten niet bang zijn voor het algoritme zelf. Over het algemeen doen algoritmen wat hen wordt opgedragen. De echte vragen gaan over de mensen die ze ontwerpen, de belangenconflicten en in hoeverre de theaterwereld zich bewust is van wat ze opgeeft in ruil voor efficiëntie. Tot nu toe lijkt dat besef er wel te zijn, maar soms komt het alleen tot uiting als een vaag onbehagen. Helmer noemt het een ‘dubbel gevoel’.
