Op die zaterdag in mei was het Meerpark in Amsterdam-Oost een vreemde plek om te zijn. Hekken. Beveiligers. Overal op het terrein liepen mensen rond die niet goed wisten of ze moesten wachten of maar gewoon naar huis moesten gaan. Het was de bedoeling dat het uitverkochte, wereldberoemde Music On Festival die dag van start zou gaan. Dat gebeurde niet.
Hoewel de reden technisch van aard was, dachten veel betrokkenen dat er meer aan de hand was. In maart besloot de organisatie een andere tent op te zetten dan oorspronkelijk was toegestaan. Dat lijkt een redelijke keuze, aangezien de planning van evenementen zelden verloopt zoals gepland. De vergunning werd toch ingetrokken door de gemeente Amsterdam. De Milieudienst stelde dat de nieuwe tent niet mocht worden opgebouwd. De zaak werd vervolgens voor de rechter gebracht. De rechter oordeelde dat het advies terecht was. De organisatie stuurde hierdoor 20.000 bezoekers naar huis.
Wat daarna gebeurde, was misschien nog wel interessanter dan de afgelasting. In de stad begonnen andere festivalorganisatoren hardop te praten over hoe kwetsbaar ze zich voelden. Niet voor de camera, maar onder vier ogen. Het lijkt erop dat iedereen nu stiekem naar zijn eigen vergunningsdossier kijkt.
Dat lijkt me moeilijk niet verontrustend te vinden. Amsterdam staat bekend als festivalstad. Elk jaar komen honderdduizenden mensen naar ADE, Loveland, Dekmantel en vele andere evenementen. Niemand heeft dat beeld in zijn eentje gecreëerd. Jarenlang hebben organisatoren geld uitgegeven aan locaties, veiligheidsplannen, geluidsmeters en verkeersstromen. Desondanks is één wijziging in een tent – een praktische keuze die maanden voor het evenement is gemaakt – genoeg om alles stil te leggen.
Dat zet me aan het denken over meer dan alleen Music On. Zijn de regels duidelijk? Of is er in het Amsterdams vergunningensysteem op het laatste moment zoveel ruimte voor wijzigingen dat organisatoren nooit echt weten waar ze aan toe zijn? Het is nog steeds niet duidelijk hoe de gemeente hier intern over denkt, maar de communicatie met het publiek heeft bij veel mensen geen vertrouwen gewekt.

Wat de zaak nog ingewikkelder maakt, zijn de verbanden die sommige mensen leggen tussen dit incident en andere evenementen in de stad. Evenementen waar al vóór aanvang zorgen bestonden over toegankelijkheid en menigtedichtheid, maar die toch doorgingen. Niemand kan met zekerheid zeggen of die vergelijking terecht is; elk geval is anders, en veiligheidsbeslissingen zijn zelden zwart-wit. Natuurlijk denken veel festivalorganisatoren dat commerciële festivals strenger worden beoordeeld dan evenementen met een andere politieke focus. En hoe mensen de zaken zien, speelt een rol.
Er is een goede oplossing voor mensen die naar Music On willen gaan: kaartjes zijn geldig voor het volgende evenement of het geld wordt terugbetaald. Dat is goed geregeld. Maar er is één vraag die de sector als geheel niet kan beantwoorden. Wat betekent het voor kleinere groepen die niet over evenveel juridische middelen beschikken om terug te vechten, als een festival dat zo groot is en zoveel ervaring heeft op deze manier kan worden stilgelegd?
De stad Amsterdam wil levendig zijn. Dat staat in beleidsdocumenten, toeristische advertenties en toespraken van wethouders. Maar levendig zijn kost wat. Het kost mensen die bereid zijn te investeren, risico’s te nemen en zich aan de regels te houden. De evenementen verdwijnen niet van de ene op de andere dag als het vertrouwen begint af te brokkelen. De volgende keer kiezen ze gewoon een andere stad. Daarna is er plotseling geen lawaai meer in het Meerpark.
