Er is iets vreemds aan Hamburg. Als toerist denk je aan een havenrondvaart en staat de Elbphilharmonie op je lijstje. Als je weer vertrekt, heb je vragen die je bij aankomst nog niet had. Niet over de stad. Over jezelf.
Dat heeft te maken met hoe groot het geheel is. Hoewel Hamburg twee keer zo groot is als Amsterdam, voelt het op straat heel vertrouwd aan, bijna als een klein stadje in de beste zin van het woord. Bij de Landungsbrücken begroeten de kaartverkopers je met ‘moin’, alsof je een buurman bent. In de Speicherstadt liggen de pakhuizen stil in het water. En ergens tussen die gietijzeren bruggen en de kilometerslange havenkade begint er iets te werken: het gevoel dat deze stad al honderden jaren lang iedereen die voorbijloopt gadeslaat en beoordeelt.
| Locatie | Hamburg, Duitsland |
|---|---|
| Type stad | Vrije en Hanzestad, circa 1,9 miljoen inwoners |
| Culturele positie | Tweede grootste stad van Duitsland, internationaal theatercentrum |
| Bekende theaters | Thalia Theater, Deutsches Schauspielhaus, Kampnagel |
| Architectonisch icoon | Elbphilharmonie (geopend 2017) |
| Historische context | Zwaar gebombardeerd in WOII, sterke naoorlogse heropbouw inclusief culturele infrastructuur |
| Theatertradtie | Meer dan 40 professionele podia, sterke traditie van politiek en experimenteel theater |
| Culturele wijken | St. Pauli, Karolinenviertel, Schanzenviertel |
Het podium in Hamburg, of het platform in welke vorm dan ook, is dus geen plek voor plezier. Het werkt als een machine. Er is een reden waarom Hamburg meer professionele podia heeft dan bijna elke andere Duitstalige stad, behalve Berlijn en Wenen. Politiek heeft hier altijd een grote rol gespeeld in het theater. Niet het soort waarbij slogans naar je worden geschreeuwd, maar het soort dat je dwingt om te gaan zitten en te kijken naar iets wat je liever niet zou zien. Nee, de belangrijkste vraag is niet of het personage op het podium ongelijk heeft. Het gaat erom wanneer jij een fout zou maken.
Sinds de opening in 1900 houdt het Deutsches Schauspielhaus deze traditie in ere. Regisseurs gingen erheen om de grenzen op te zoeken, niet die van het theater, maar die van goed en kwaad. Wat kan het publiek verdragen? Wat is het verschil tussen ongemak en actieve afkeer? Wanneer verandert afkeer in medewerking? Dit zijn niet zomaar loze vragen. Elk seizoen gaan de mensen in Hamburg ermee om alsof het echte mensen zijn.

Maar de stad zelf maakt dit ook gemakkelijk. Het meest eerlijke gebouw ter wereld is misschien wel de Hamburgse bunker bij het Millerntor-stadion, dat vroeger een nazi-gedenkteken was maar nu een restaurant, een hotel en een groene daktuin herbergt. Als je het betonnen bergpad beklimt dat om het gebouw heen loopt, bereik je de top, vanwaar je het hele uitgaansgebied St. Pauli kunt overzien. Er wordt geen enkele poging gedaan om het te verbergen of er beter uit te laten zien. De bunker doet niets. Het is alsof de stad zegt: „Dit waren we ook.”
Eerlijk zijn over het verleden maakt iets mogelijk wat op andere plaatsen niet vaak voorkomt. Een regisseur in een Hamburgs theater kan een oorlogsmisdadiger tot hoofdpersonage maken zonder dat mensen hem meteen als een monster afdoen. Omdat de bunker buiten staat, heeft iedereen hem op weg naar het theater gezien. Nog voordat het doek opgaat, is het morele kader al vastgelegd.
Dit is misschien wel precies de reden waarom Hamburg theatermakers uit de hele wereld blijft aantrekken. Het belangrijkste centrum voor experimentele festivals, Kampnagel, is gevestigd in een gebouw dat vroeger een kraanfabriek was. Hier worden voorstellingen getoond die andere steden te radicaal, te ongemakkelijk of te direct zouden vinden. Hier is daar ruimte voor. Hamburg heeft zijn eigen reeks onopgeloste tegenstrijdigheden, dus het is niet omdat de stad moreel beter is. Het is gewoon zo dat mensen gewend zijn aan ongemak als uitgangspunt in plaats van als eindpunt.
Hetzelfde gebeurt op kleinere schaal buiten de grote podia. Als je ervoor kiest de Reeperbahn te mijden, kom je terecht in de anarchistische wijken Karolinenviertel en Schanzenviertel. Daar vind je terrasjes vol vrolijke mensen en een fles wijn in een openbaar park. Het ziet er niet slecht uit. De stad voelt ook aan als een proeftuin als het gaat om de vraag wie er wel en wie er niet thuishoort, en over welke grenzen wel en niet gesproken kan worden. Al die vragen kom je in Hamburg tegen, zowel op straat als op het podium.
In zekere zin lijkt dit iets te zeggen over het algemene doel van theater. Het podium in Hamburg leent zich uitstekend voor morele beproevingen, niet omdat de artiesten daar beter zijn, maar omdat de omgeving hen in staat stelt echt te laten zien wat ze kunnen. Achter het podium ligt een stad die haar eigen schaduw niet probeert te verbergen. Het theater hoeft dat ook niet te doen, zolang die bunker er staat.
