Er zijn mensen die een zaal tot stilte kunnen brengen zonder ook maar iets toe te voegen. Een van die mensen is Guy Cassiers. Hij werkte jarenlang op grote podia in Europa, van Antwerpen tot Lausanne, en verwierf een reputatie die tot ver buiten België reikt. Nu neemt hij echter een flinke stap terug uit de wereld van licht- en decorontwerp om iets heel anders te gaan doen: lezen. Lezen en beoordelen wat anderen schrijven, is belangrijk.
Cassiers is gekozen om de jury van de Boon Literatuurprijs voor te zitten. Van buitenaf gezien lijkt dat misschien een logische volgende stap voor iemand van zijn leeftijd: een erefunctie. Mensen die hem goed kennen, weten daarentegen dat zijn keuzes niet toevallig zijn. Hij is momenteel in Lausanne om aan een aantal internationale projecten te werken, maar hij zegt toch dat hij niet kan wachten tot dat jaar vol zit met Nederlandstalige boeken. Dat springt eruit. Niet het feit dat hij de leiding had over de jury, maar de reden ervoor: een bewuste terugkeer naar de taal.
Want dat is precies wat dit lijkt. Een comeback. Cassiers is altijd al geïnteresseerd geweest in de Nederlandse cultuur, maar de afgelopen jaren heeft hij vooral in internationale omgevingen gewerkt. Dit is geen Antwerpen, maar Lausanne. De projecten waaraan hij daar werkt, worden niet beperkt door taalbarrières. Toch is er iets dat hem ertoe aanzet terug te keren naar het Nederlands en de manier waarop die taal literatuur kan dragen.
Er speelt zich hier een groter verhaal af dan alleen het carrièrepad van één man. De afgelopen jaren is de Vlaamse literatuur een stuk levendiger geworden. Gaea Schoeters wint een prijs voor haar boek over olifanten. Hij of zij wint de prijs voor het schrijven over naakte molratten. Een kinderboek van Annet Schaap, getiteld „Krekel“, verovert de theaters. Er vindt een onmiskenbare verandering plaats in de Nederlandse literatuur die moeilijk onder woorden te brengen is. Lezen en schrijven veranderen, en daarvoor zijn mensen nodig die gewend zijn om zowel te kijken als te lezen.

Cassiers past hier perfect bij. Een literatuurwetenschapper leest een werk op een andere manier dan een theaterregisseur. Anderen zien stilstand waar hij beweging ziet. Hij hoort ritme waar anderen alleen betekenis horen. Je zou kunnen stellen dat deze blik precies is wat een literaire prijs nodig heeft om relevant te blijven in een tijd waarin iedereen zegt dat er minder wordt gelezen.
Het is nog steeds moeilijk te zeggen of dat het geval is. Dat er een bekende regisseur in de jury zit, lijkt de gemiddelde Vlaming er niet toe te brengen meer boeken te kopen. Eén ding mogen we echter niet vergeten: namen hebben invloed. Mensen zijn erin geïnteresseerd. Ze geven een prijs, een genre of een taal geloofwaardigheid. Mensen zeggen dat Cassiers hen aan het denken zet over waarom literatuur nog steeds belangrijk is.
Uiteindelijk is dit misschien wel de meest voor de hand liggende link met zijn theaterwerk. Cassiers vond altijd een manier om oude werken te laten lijken alsof ze over vandaag gingen, zelfs als ze honderden jaren geleden waren geschreven. De wereld buiten het theater. Over de dingen die mensen ’s avonds thuis doen. Dingen uit het verleden naar het heden halen is niet alleen een vaardigheid die acteurs hebben. Het hangt af van hoe je een verhaal van 100 jaar geleden leest, beluistert en begrijpt, een verhaal dat nog steeds iets te zeggen heeft over de toekomst.
