Soms vraag je je af wat er werkelijk aan de hand is als een zaal vol zit. Het publiek juicht, de lichten gaan aan en het ziet er allemaal zo gemakkelijk uit. Maar artiesten die al lang meedraaien, weten wel beter. Het podium is het eindpunt van een proces dat je niet vaak te zien krijgt, en als beloning krijg je niet veel slaap.
Kijk maar naar Henk Hofstede van The Nits. Een band die al vijftig jaar bestaat en overal in Europa concerten heeft gegeven, met uitverkochte zalen in België, Zwitserland en Frankrijk. Dat klinkt als iets uit een sprookje. Meer dan veertig jaar lang had de band De Werf gebruikt als studio en repetitieruimte. In mei 2022 brandde het af. Alles is weg. Geluidsopnames, instrumenten en herinneringen. Het jaar daarop kreeg Hofstede de diagnose myasthenia gravis. Dit is een spieraandoening die het spreken en zingen erg moeilijk kan maken.
| Informatie | Details |
|---|---|
| Onderwerp | Podiumcarrières en de persoonlijke offers daarachter |
| Bekende voorbeelden | The Opposites, Nits (Henk Hofstede) |
| Sector | Nederlandse muziekindustrie |
| Relevante thema’s | Gezondheid, doorzettingsvermogen, creativiteit onder druk |
| Periode | 1975 – heden |
| Publicatiestijl | Longread / muziekjournalistiek |
Bij zoiets zouden de meeste mensen van een afstandje denken: „Stop er dan gewoon mee.“ Maar zo werkt het niet voor mensen voor wie het podium een absolute must is. Wat het verhaal van Hofstede zo bijzonder maakt, is hoe complex het is. Hij heeft het niet over moed. Het gaat om balans, zegt hij. Hoe je uitrekent hoeveel een avond kost en of de tank nog vol genoeg is als het voorbij is. „Ik moet altijd kijken wat de balans is“, zegt hij. „Hoeveel inspanning kost het?“ Dit is iets wat geen enkele manager, boekingsagent of toeschouwer ooit vraagt. Dat is iets wat je alleen tegen jezelf zegt op een rustige avond na de show.
The Opposites voelen dat ook zo, maar op een andere manier. Willy en Big2 verdienden hun brood met energie, flow en hun vermogen om mensen via ritme iets te laten voelen. Hun album uit 2013 *Zowel de muziek als de titel van Slapeloze Nachten* raakte me. Geen slaap ’s nachts. Het klinkt romantisch, maar voor degenen die het meemaken, is het gewoon iemand die probeert iets beters te maken dan wat er al is. Negentien nummers op één album zetten is geen teken van luiheid. Het laat zien dat die persoon niet kan stoppen, zelfs niet als het al laat is.

Veel mensen hebben een verkeerd beeld van een carrière in het theater. Sommigen geloven dat geluk en talent de sleutels tot succes zijn. Geluk speelt misschien een rol, maar wat je niet ziet, is de repetitieruimte om half tien ’s avonds, of het busje dat over een bevroren weg glijdt op weg naar een optreden in een zaal die maar halfvol is. In 1975 trad hij op in een gevangenis voor mannen die daar niet wilden zijn. Het publiek juichte pas toen een bekende crimineel hen dat opdroeg. Bovendien is dat een podium. Niet elke voorstelling is zoals in Paradiso.
Misschien is het niet hun talent dat echte kunstenaars onderscheidt, maar hun vastberadenheid om door te gaan, zelfs als het nergens op slaat. Na de brand schreef Hofstede zijn eerste nummers vanuit Andalusië, in een huurhuis met uitzicht op dorre heuvels, ver weg van Amsterdam. Om dingen te onthouden, tekende, werkte en schreef hij. Hij zegt dat de eerste repetitie in de nieuwe ruimte voelde als een bevestiging dat dit nog steeds mogelijk is, wat er ook gebeurt.
Die houding zegt meer dan welke hit dan ook. Er valt veel te doen op het podium. Het geeft je ook veel, maar niet altijd wanneer je het nodig hebt. Soms krijg je er iets voor terug, zoals wanneer je in de ochtendmist in een park zit met een gitaar en een statief. Als een zaal in België twee keer uitverkocht raakt voordat je ook maar één noot hebt gespeeld, kan dat een goed teken zijn.
In dit vak zijn slapeloze nachten schering en inslag. Ze zijn de norm. Dit zou de reden kunnen zijn waarom de muziek zo goed klinkt wanneer ze wordt gespeeld.
