Als je door de Nes loopt, blijf je even stilstaan. Niet omdat er iets moois te zien is, maar omdat je je wilt herinneren hoe het vroeger voelde. Zodra je door het smalle straatje tussen het Rokin en de Langebrugsteeg loopt, kun je niet helemaal onder woorden brengen wat het zo wild maakt. Het ruikt naar kostuums als een theaterdeur openzwaait, en hier hangt een theateraffiche en daar is een rookgordijn. Dat gevoel heb je nog steeds. Maar het staat onder grote druk.
Vroeger was de Nes de theaterstraat van Amsterdam. Door de jaren heen bood het onderdak aan cabaretiers, kleine en middelgrote podia, experimentele gezelschappen en culturele broedplaatsen die nergens anders terecht konden. Frascati is erbij. Er is De Brakke Grond. Jonge artiesten gaven hun eerste voorstellingen in zalen die maar halfvol waren, maar de mensen kwamen toch. Dat soort goedkope, ruige en onafgewerkte ruimtes dreigt te verdwijnen.
| Informatie | Details |
|---|---|
| Locatie | De Nes, Amsterdam Centrum |
| Type straat | Historische theaterstraat |
| Geschiedenis | Al sinds de 17e eeuw verbonden met theater en cabaret |
| Bekende theaters | Frascati, Brakke Grond, Amsterdams Kleinkunst Festival |
| Huidige druk | Stijgende huurprijzen, commercialisering, vertrek culturele instellingen |
| Bredere context | Gentrificatie in heel Amsterdam, van Jordaan tot Noord |
| Betrokken partijen | Gemeente Amsterdam, theatermakers, bewoners, vastgoedontwikkelaars |
| Risico | Verlies van culturele identiteit en betaalbare creatieve ruimte |
Want er is van alles aan het veranderen in Amsterdam. Dat is op zich geen nieuws. Socioloog Wouter van Gent heeft er al over gesproken: wijken waar vroeger arbeiders woonden, worden langzaam overgenomen door rijke, hoogopgeleide mensen. Wat begon in de Jordaan, verspreidde zich naar de Spaarndammerbuurt, Noord-Amsterdam, en nu naar elke straat in Amsterdam die nog wat karakter heeft en aantrekkelijk is voor mensen die op zoek zijn naar iets authentieks. Zo’n straat is De Nes. Daardoor ligt het open voor aanvallen.
Al jaren kunnen culturele organisaties die afhankelijk zijn van subsidies en vrijwilligers de hoge huurprijzen in het centrum van Amsterdam niet meer betalen. Een theatergezelschap dat elke maand zijn kosten bijhoudt, kan niet concurreren met een restaurantketen die bereid is twee keer zoveel te betalen voor dezelfde ruimte. Zo werkt de markt nu eenmaal; dat is geen dramatische bewering. En het was dit proces dat sociale huurwoningen in de Spaarndammerbuurt veranderde in woningen van bijna een miljoen euro en dure nieuwbouwwoningen in Nieuw-West die de plaats innamen van kleine Turkse pizzeria’s. Er is weinig reden om aan te nemen dat De Nes hieraan zal ontsnappen.

Wat dit anders maakt dan een gewone wijk die wordt gegentrificeerd, is wat er verloren gaat als het misgaat. Het is mogelijk dat een wijk ophoudt een arbeiderswijk te zijn en toch nog enkele arbeiderselementen behoudt. Een theaterstraat zonder theaters is echter geen theaterstraat meer. Het is gewoon een straat. En er zijn er veel in Amsterdam die er mooi uitzien maar niets te vertellen hebben.
Er is ook sprake van een verlies dat stiller is en moeilijker te beschrijven. De Nes was niet voor iedereen weggelegd. Je moest de taal al spreken, de codes kennen en je weg weten in de theaterwereld om ervan te kunnen genieten. Maar het was een plek waar de stad over zichzelf nadacht. Waar makers dingen konden zeggen die elders niet geaccepteerd waren. Gentrificatie verplaatst niet alleen mensen naar nieuwe plekken. Het verplaatst ook bepaalde soorten gedachten, zoals die je alleen kunt hebben als je je geen zorgen hoeft te maken over de huur van volgende maand.
Met ‘Verdedig Noord’ proberen mensen in Amsterdam-Noord, zoals Massih Hutak, verandering teweeg te brengen. ‘Nieuw-West in Verzet’ was een manier voor mensen in Nieuw-West om samen te komen. Nog niet, er is niets vergelijkbaars voor de Nes. Misschien komt het doordat theatermakers van nature solitair zijn en gewend zijn aan kortlopende projecten en financieringsrondes. Misschien komt het doordat de dreiging langzaam opkomt, niet met de kracht van een sloopkogel.
Het is nog niet te laat. Dat moet gezegd worden. De theaters zijn er nog steeds. Er worden nog steeds voorstellingen gegeven. De vraag is niet of de Nes morgen verdwenen zal zijn, maar of Amsterdam bereid is te erkennen dat deze straat beschermd moet worden, niet als monument, maar als een levende culturele ruimte. Dat kost geld. Het vergt moed van politici en beslissingen van steden en gemeenten die niet altijd de meeste euro’s opleveren.
Als je ’s avonds na een voorstelling de Nes verlaat en de stad je weer omringt, krijg je het gevoel dat dit kwetsbare dingen zijn. Mooie, zinloze en volstrekt noodzakelijke dingen.
