Sommige mensen plannen een vlucht van drie uur alleen maar om naar een bruiloft te gaan. Dat is iets wat bijna iedereen wel begrijpt. Een andere, kleinere groep doet hetzelfde voor theater, maar dan alleen voor één avond in een stad waar ze nog nooit zijn geweest en in een theater waar ze misschien niemand kennen. Sommigen van hen komen uit Hamburg, Warschau en Lissabon. Ze logeren nergens of bij vrienden van vrienden. De volgende ochtend zijn ze alweer vertrokken.
Het is geen modegril, maar deze trend groeit gestaag. Steeds meer mensen van buiten Nederland komen naar festivals als Dancing on the Edge in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam. Dit zijn jonge mensen die ervoor kiezen om werk van kunstenaars uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten te bekijken. Dit zijn mensen die niet komen om de grachten of hapjes te zien. Ze komen om een kunstenaar te zien die hen iets vertelt wat ze nergens anders kunnen vinden.
Wat opvalt, is dat het niet zozeer om de voorstellingen zelf gaat. Het gaat om de belofte van iets echts. Bij de start van Dancing on the Edge 2019 in de Stadsschouwburg Utrecht deelde de Palestijns-Libanese kunstenaar Alaa Minawi brood uit, hetzelfde brood dat zijn moeder vroeger voor hem als ontbijt bakte toen hij nog een kind was. Hij was er zelf niet bij. Zijn stem was via de luidsprekers te horen. Toch heerste er stilte in de zaal. Momenten als deze worden gevoeld tot ver buiten de stad waar ze plaatsvinden.

Een bepaald soort mens gaat naar een festival dat bereid is zijn eigen structuur te doorbreken. Dit is geen toerist die een vakje afvinkt. Iemand die kiest voor ongemak, het onbekende en kunst die niet kalmeert maar een punt maakt. Natasja van ‘t Westende, de artistiek directeur, zei dat het mensen de kans gaf om elkaar beter te leren kennen. Dat klinkt vaag, totdat je het daadwerkelijk doet. Dat is alles wat het is: met iemand in een ruimte zijn en merken dat diegene niet hetzelfde antwoord op dezelfde vraag kan geven als jij.
Gedurende vele jaren lijkt er iets aan de hand te zijn. Adriaan van Dis zei ooit dat hij, toen hij vijfentwintig was, niet reisde om nieuwe mensen te ontmoeten, maar om er even tussenuit te zijn en het gevoel te hebben dat iemand in een ander land zijn schouder vasthield. Misschien heb je die drang wel eens gevoeld. De belangrijkste reden waarom jongeren nu reizen, is om iets te doen wat ze thuis niet kunnen. Ze doen het misschien op andere manieren en met minder romantiek, maar de behoefte is nog steeds dezelfde.
Het enige verschil is dat ze tegenwoordig doelgerichter op zoek gaan. Dankzij sociale media ligt het theater niet langer buiten hun bereik. Iemand in Praag die nog nooit van een voorstelling in Amsterdam heeft gehoord, ziet er een filmpje van tien seconden van. Die persoon koopt een kaartje. Niet in een opwelling, maar na wekenlang nadenken. Dat maakt des te duidelijker dat dit geen willekeurig avontuur is. Het is een keuze tussen dit en een reis, een nieuwe laptop of drie maanden lang geld sparen.
Theater als bestemming is ook niet nieuw. Al decennia lang komen mensen naar steden als Edinburgh, Avignon en Salzburg, alleen maar om toneelstukken te zien. Maar die festivals zijn groot en bekend; ze staan vrijwel steevast op de culturele kalender. De schaal is nu anders. Mensen zijn ook geïnteresseerd in kleinere festivals, intieme programma’s en makers die buiten hun eigen regio niet zo bekend zijn. En dat zegt iets over hoe kunst werkt. Het draait niet altijd om roem of naam. „Dit wil ik niet missen“ is soms waar het om gaat.
Dit publiek is op manieren complex die moeilijk te beschrijven zijn met demografische gegevens. Het zijn geen rijke cultuurliefhebbers die de tijd verdrijven tijdens een lang weekend. Het zijn juist mensen van midden twintig die het gevoel hebben nergens helemaal thuis te horen en die in kunst een manier zien om dat gevoel uit te drukken. Ze houden van werken die gaan over verhuizen, weglopen of het kwijtraken van de plek waar je geboren bent. Niet omdat het hun eigen verhaal is, maar omdat het persoonlijker aanvoelt dan wat ze gewoonlijk te zien krijgen.
Het valt nog te bezien of dat Amsterdam uniek maakt. De stad beschikt over de infrastructuur, de festivals en de verbindingen met andere landen. Maar het is mogelijk dat Amsterdam bereid is om dingen te programmeren die andere plaatsen te riskant vinden. Dat zorgt ervoor dat mensen hierheen willen komen. Niet vanwege de stad zelf, maar vanwege wat de stad mensen laat doen.
