Soms kan een instelling tegelijkertijd zowel op haar dieptepunt als op haar hoogtepunt staan. Het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) denkt hetzelfde over het jaar 2025. Enerzijds is er een vernietigend rapport naar aanleiding van een onderzoek naar misstanden binnen de organisatie. Anderzijds is er lof uit de hele wereld, meer geld van de overheid en een Britse versie van een Italiaanse productie die in Londen uitverkocht raakt. Het is een interessante mix. Maar misschien is het juist deze spanning die het ITA zo belangrijk maakt, niet alleen voor Nederland maar ook voor een bredere discussie over cultuur, macht en verantwoordelijkheid in Europa.
In de zomer van 2024 kwam aan het licht dat er dingen mis waren gegaan. Veel mensen hadden al lang vermoed dat het waar was: er vond intimidatie en ander ongepast gedrag plaats bij een van de beste theatergezelschappen van het land. Het nieuws was zeer negatief. Er was een gebrek aan vertrouwen, zowel binnen als buiten het gebouw aan het Leidseplein. Er was een moment dat het er niet naar uitzag dat ITA de dag nog zou doorkomen.
Maar culturele instellingen zijn sterk, en ITA bleek daarop geen uitzondering te zijn. Begin 2025 kreeg het gezelschap € 350.000 extra van de overheid ter ondersteuning van zijn internationale activiteiten. Dit was een verrassend besluit, maar het gaf ook een krachtig signaal af. Het is duidelijk dat de overheid vindt dat ITA een doel dient dat verder reikt dan het Nederlandstalige toneel. Ze hebben gelijk.

ITA maakt al jaren theater dat grote thema’s behandelt, zoals identiteit, zorg en het milieu. Dit zijn kwesties die ook andere delen van Europa raken. Bij een recente theaterprijswedstrijd merkte de jury op dat veel makers van ITA maatschappelijke kwesties behandelen die verder reiken dan het persoonlijke. Daar valt niets aan te twijfelen. Omdat het de wet is, en het werkt.
De internationale doorbraak is misschien wel het belangrijkste aspect. Mensen zijn dolenthousiast over de Britse versie van *De Jaren*, oorspronkelijk een Italiaanse productie die het in Amsterdam erg goed deed. Dit soort succes komt doorgaans alleen voort uit internationale netwerken en marketingbudgetten die al decennia lang bestaan. ITA beschikt over geen van beide. Toch zijn ze erin geslaagd. ITA vertelt verhalen op een manier die mensen over de landsgrenzen heen met elkaar verbindt, in een tijd waarin culturele instellingen in heel Europa op zoek zijn naar manieren om samen te werken.
Het is gemakkelijk om dit te zien als een simpel verhaal over een instelling die in de problemen zit maar uiteindelijk wint. Zo eenvoudig is het echter niet. De problemen zijn niet verdwenen door het succes in Londen. Er zijn nog steeds zorgen over cultuur, hiërarchie en veiligheid in creatieve groepen, en niet alleen bij ITA. Deze zorgen zijn voelbaar in de hele Europese theaterwereld. Nu wordt dat debat ook gevoerd in Berlijn, Wenen en Parijs, mede vanwege alle aandacht voor Amsterdam. In dit geval is ITA noch de goede, noch de slechte partij; het is meer een spiegel.
Dat is misschien precies wat theater zou moeten doen: het hoeft geen antwoorden te bieden, maar het moet wel laten zien wat er gaande is. Dit jaar doet ITA dit op meer dan één plek tegelijk: in de zaal, in de pers en in gesprekken die plaatsvinden in andere landen dan Nederland. Het is nog niet duidelijk of dat genoeg is om de organisatie te genezen. Maar als iets waarover mensen in Europa praten? Zonder twijfel is ITA dat dit jaar geworden.
