Al maanden heerst er in de zalen van het Europees Parlement een gevoel van naderend onheil. Het moest vroeg of laat gebeuren: een duidelijk antwoord op de vraag of een AI-bedrijf zomaar miljoenen boeken, artikelen en schilderijen mag lezen om zijn systemen te trainen. Over enkele voorstellen die die vraag gedeeltelijk beantwoorden, werd in maart 2026 eindelijk gestemd door het Parlement. Het was nog geen wet. Maar het was duidelijk wat het signaal betekende.
Wat het zo interessant maakte, was de grote groep mensen die ervoor stemde. Iedereen, links en rechts, groot en klein, culturele groeperingen en techbedrijven, leek uit te kijken naar wat er in Brussel zou gebeuren. Vooruit-Europarlementariër Kathleen Van Brempt verwoordde het als volgt: „Innovatie is geen vrijbrief om het werk van anderen zonder toestemming of betaling te gebruiken.“ Hoewel die zin eenvoudig klinkt, is hij in werkelijkheid heel moeilijk te begrijpen.
| Onderwerp | Auteursrechten en generatieve AI in de Europese Unie |
|---|---|
| Sleutelinstelling | Europees Parlement, Brussel |
| Centrale figuren | Kathleen Van Brempt (Vooruit), Axel Voss (EVP) |
| Datum stemming | 10–11 maart 2026 |
| Kern van het debat | Gebruik van beschermd werk voor AI-training zonder toestemming of vergoeding |
| Betrokken sectoren | Journalistiek, muziek, literatuur, beeldende kunst, academische wereld |
| Relevante wetgeving | EU-auteursrecht, AI Act, text- en data-miningregels |
| Vergelijkbare rechtszaken | Anthropic betaalde 1,5 miljard dollar aan auteurs in de VS |
| Belangrijk voorstel | Transparantie over trainingsdata, opt-outlijst via EUIPO, eerlijke vergoeding |
Generatieve AI-systemen bestuderen patronen om te leren. Er worden teksten, afbeeldingen, geluid en video naar hen gestuurd, en veel daarvan is auteursrechtelijk beschermd. Het werk van deze mensen belandt in een trainingsdataset zonder dat hen daar toestemming voor is gevraagd of dat ze ervoor zijn betaald. Dit geldt onder meer voor schrijvers die al twintig jaar aan romans werken, fotografen die duizenden foto’s hebben gemaakt en verslaggevers die jarenlang onderzoek hebben gedaan. Je kunt niet anders dan dit als een groot probleem zien, hoe groot de technologische vooruitgang ook is.
Axel Voss, een Duits lid van het Europees Parlement van de christendemocratische EPP en rapporteur, zei dat de EU-auteursrechtwetgeving al uitzonderingen kent voor tekst- en datamining, maar dat deze nooit bedoeld waren om op de schaal te worden toegepast waarop AI-bedrijven dat nu doen. Er is een juridische leemte, en die is de afgelopen jaren groot genoeg geworden om hele bedrijfsmodellen doorheen te laten glippen. Vorig jaar bevestigde een door de JURI-commissie gefinancierd onderzoek dit beeld.

Het debat is nog heftiger vanwege wat er tegelijkertijd aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gebeurt. Anthropic, het bedrijf dat de chatbot Claude heeft ontwikkeld, betaalde 1,55 miljard dollar aan auteurs wier boeken zonder hun toestemming waren gebruikt om AI te trainen. Dat bedrag laat niet alleen zien hoe groot het probleem is, maar ook dat er een prijs aan verbonden is. Europa moet beslissen of het wil wachten op rechtszaken of zelf regels wil opstellen.
Het is duidelijk dat het Parlement voor de tweede optie kiest. Als gevolg van de gedane aanbevelingen moeten AI-aanbieders openbare lijsten publiceren van alle werken die zij hebben gebruikt, inclusief details over het crawlen van het web. Als zij dit weigeren, kan de rechter aannemen dat er beschermd materiaal is gebruikt, en zal het bedrijf het tegendeel moeten bewijzen. Het is een slimme aanpak, maar we weten niet hoe goed dit in de praktijk zal werken.
Toch is het Parlement geen voorstander van het idee van een wereldwijde forfaitaire licentie. Dit zou neerkomen op een abonnementsvergoeding waarmee AI-bedrijven in één klap van al hun auteursrechtelijke verplichtingen af zouden zijn. Dat idee deed al een tijdje de ronde in lobbykringen, en het is makkelijk te begrijpen waarom de sector er zo op in was: één bedrag, geen gedoe. Maar voor makers zou het een mooie manier zijn om betaald te worden na jarenlang onbetaald te zijn gebleven. Van Brempt had gelijk toen hij zei dat het onaanvaardbaar was. Het is ook vreemd dat dit alles juist op dit moment gebeurt.
De Europese AI-wet is net aangenomen; de inkt is nog niet eens droog, maar het is nu al niet voldoende om de belangrijkste vragen over creatief werk te beantwoorden. Sommigen zullen misschien zeggen dat dit aantoont hoe snel de technologie verandert, maar het zou ook kunnen betekenen dat wetgevers te lang wachten met het nemen van maatregelen voor iets dat al jaren duidelijk is. Veel schrijvers en kunstenaars hebben al vroeg gewaarschuwd. Mensen namen hen niet altijd serieus.
Er zijn nog geen definitieve wetten of regels van kracht, en er is geen garantie dat makers morgen betaald zullen worden. Maar er is politieke wil, wat in Brussel niet altijd het geval is. De komende maanden zullen we moeten afwachten of die wil sterk genoeg is om de tegenstand van techbedrijven en handelspartners het hoofd te bieden. In die zin is de stemming in maart meer een begin dan een einde.
