Vroeger kon je met wat spaargeld en een goedkope tent naar een festivalweekend gaan. Je pakte je spullen, ging op de fiets of nam de bus, en voor een paar honderd gulden (later euro’s) hadden jij en tienduizenden anderen hetzelfde idee. Dat gevoel van gedeelde vrijheid en betrokkenheid bij de muziek lijkt langzaam maar zeker te vervagen.
In 2016 kon je Lowlands nog voor 175 euro voor het hele weekend kopen. Dit jaar moet je 365 euro betalen, en daar is geen goede artistieke reden voor. Defqon steeg in dezelfde periode van 122,50 euro naar bijna 340 euro. Zelfs de prijzen voor de Zwarte Cross, dat doorgaans het festival is voor mensen die niet hard hoeven te werken voor elke euro, zijn gestegen. Die gingen van 125 euro naar 220 euro. Dit zijn geen kleine veranderingen. Dit verandert de betekenis zelf van wie er welkom is.
| Onderwerp | Stijgende festivalticketprijzen in Europa |
|---|---|
| Sector | Livemuzieksector / Evenementenindustrie |
| Belangrijkste markt | Nederland, Europa |
| Betrokken organisaties | VNPF, MOJO, Down The Rabbit Hole, Lowlands, Zwarte Cross, Erasmus Universiteit Rotterdam |
| Kernprobleem | Onbetaalbare tickets leiden tot sociale en culturele uitsluiting |
| Prijsstijging (voorbeeld) | Lowlands: €175 (2016) → €365 (2026) |
| Betrokken onderzoeker | Martijn Mulder, festivalonderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam |
| Publicatiedatum artikel | Juli 2026 |
| Doelgroep | Jongeren, festivalgangers, cultuurliefhebbers, beleidsmakers |
Martijn Mulder, onderzoeker op het gebied van festivals aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ziet wat er gaat gebeuren. Mensen die vroeger naar twee of drie festivals per jaar gingen, gaan er nu nog maar naar één. Ze denken er langer over na. Begin dit jaar zei hij: „Als een kaartje meer dan 300 euro kost, denk je iets langer na voordat je het koopt.” Dat is logisch. Sommige dingen zijn belangrijker dan ze op het eerste gezicht lijken.
Feesten zijn nooit alleen maar voor de lol geweest. Er bloeien subculturen, jongeren ontdekken er voor het eerst wat hen raakt, en er ontstaan gemeenschappen buiten school en werk om. Als je de bankrekening van je ouders nodig hebt om daar toegang toe te krijgen, gaat er iets verloren dat moeilijk in cijfers uit te drukken is, maar wel goed voelbaar is. Deelname aan cultuur verandert in een consumptiegoed, en niet iedereen kan zich consumptiegoederen veroorloven.

Het is geen toeval dat de kosten stijgen, en dat is een probleem. Het wordt voor festivaldirecteuren steeds moeilijker om winst te maken, omdat de prijzen stijgen, de lonen stijgen en de inflatie in de evenementensector boven het gemiddelde blijft stijgen. “Kaartjes, eten en drinken worden duurder”, aldus Berend Schans van de VNPF. “Dat zijn de enige hefbomen waar we aan kunnen trekken.” Dat is een eerlijk antwoord. Maar uiteindelijk wordt de pijn er niet minder om.
De huidige ontwikkeling van de kaartverkoop zegt veel. Dit jaar bezochten 42.000 mensen Down the Rabbit Hole, in plaats van de 50.000 die waren verwacht. Het duurt langer dan normaal voordat grote namen als Lowlands en Zwarte Cross uitverkocht zijn. Tegelijkertijd worden er steeds meer tickets op doorverkoopsites verkocht voor minder dan de oorspronkelijke aankoopprijs, iets wat een paar jaar geleden nog niet vaak voorkwam. Er komen signalen uit de markt, en die zijn niet goed.
Er is een risico waar niet veel mensen hardop over praten: de festivalscene is verdeeld. Aan de ene kant zijn er de grote internationale festivals met veel geld en beroemde artiesten; aan de andere kant zijn er de kleinere lokale evenementen die op het punt staan te mislukken. Het festival met een uniek programma dat precies de juiste omvang heeft voor mensen die net aan hun eerste baan zijn begonnen en midden in het leven staan, dreigt te verdwijnen. Volgens Mulder is dit absoluut geen goed idee. Hij waarschuwt ons dat er binnenkort alleen nog maar festivals zullen zijn die worden georganiseerd door grote internationale bedrijven, met dure kaartjes en steeds hetzelfde soort evenementen.
Er wordt ongetwijfeld over nagedacht. Jongeren onder de 21 krijgen korting bij Best Kept Secret. Sommige festivals experimenteren met betalingen die over een langere periode worden gespreid, zodat de tweede termijn pas na het vakantiegeld hoeft te worden voldaan. Die ideeën zijn niet slecht. Maar het zijn ook slechts pleisters op een groter probleem dan de prijs van het kaartje. Het is niet genoeg om te vragen hoeveel een kaartje kost. Als het om cultuur gaat, is de vraag wat voor soort samenleving we willen zijn.
Er is iets vreemds aan een cultuur die langzaam haar eigen aanhangers buitensluit. Festivals zijn groot geworden omdat ze voor iedereen toegankelijk waren. Een marketingmanager uit Amsterdam en een scheikundestudent uit Tilburg konden naast elkaar in de modder staan. Die gelijkmaker verdwijnt niet meteen. Maar hij verdwijnt wel.
