Terschelling is de rest van het jaar een eiland met 5.000 inwoners. Er zijn hotels en fietspaden, een haven die ‘s ochtends naar vis ruikt en een boot die de hele zomer mensen vervoert. De programmaboekjes van theatergezelschappen uit Amsterdam of Utrecht hebben weinig te maken met deze regio, die een eigen ritme, een eigen gemeenschap en een eigen manier van leven heeft. Dan begint Oerol.
Terschelling verandert in de loop van 10 dagen wanneer meer dan 40.000 toeristen arriveren op een eiland met slechts 5.000 inwoners. De trottoirs zijn vol. Alle campings zijn bezet. Bovendien heeft het eiland zelf niet om het theater gevraagd dat nu op de stranden, duinen, weilanden en polders te zien is. Dit leidt tot een conflict dat zich elk jaar anders manifesteert, maar dit jaar acuter wordt gevoeld dan in voorgaande jaren.
Er zijn meerdere oorzaken voor de spanning. Ze zijn het gevolg van een structurele scheiding tussen twee groepen die elk jaar tien dagen lang hetzelfde gebied moeten bezetten. Enerzijds zijn er kunstenaars en toeristen die Oerol zien als een podium voor politiek theater, activistische kunst en producties die belangrijke maatschappelijke thema’s – zoals de vluchtelingencrisis, klimaatverandering en gentrificatie – aankaarten in een omgeving die, juist door haar afgelegen ligging, deze thema’s kracht bijzet. Anderzijds is er een eilandgemeenschap die het festival koestert als een zomertraditie, die zich wellicht niet kan vinden in de politieke inhoud van de evenementen die er plaatsvinden.
Een van de meest grensverleggende voorstellingen van dit jaar was Rode Lijn. Mensen op het strand die niet hadden besloten om te komen, vonden het moeilijk om de oproep tot actieve deelname van het publiek te negeren. Het was een solidariteitsactie voor mensenrechten, die zich midden op het strand afspeelde. Het is precies dit soort overloop – van het festivalterrein naar de openbare ruimte – dat sommige eilandbewoners een ongemakkelijk gevoel geeft. Kunst waarvoor je een kaartje nodig hebt, is niet hetzelfde als kunst die je niet kunt ontlopen omdat die zich buiten de tenten afspeelt.
Deze pijn is wellicht een onderdeel van de artistieke benadering. De kracht van Oerol ligt al lange tijd in de locatiegebonden aanpak, die gebaseerd is op de overtuiging dat het Waddenlandschap bijdraagt aan de betekenis van de voorstelling en dat de plek de voorstelling op de een of andere manier beïnvloedt. Als je die redenering volgt, is het conflict met de lokale bevolking een noodzakelijk onderdeel van het verhaal van het festival, in plaats van een onvoorzien gevolg.

Het valt nog te bezien of de eilandbewoners er tevreden mee zijn. Een programmaboekje is niet voldoende wanneer 5.000 inwoners zien hoe hun eiland tien dagen lang verandert in een politiek toneel voor 40.000 gasten die vervolgens weer vertrekken. Op Terschelling duurt de discussie hierover langer dan de festivaldagen zelf.
