Op een zondagmiddag in juli zijn er in het Vondelpark allerlei verschillende geluiden te horen. In de verte klinkt het geluid van een saxofoon. Vlak bij het podium zitten mensen op dekens, klapstoeltjes en soms gewoon op het gras. De kinderen springen van stoel naar stoel. Een oude man tikt zachtjes met zijn voet mee op de maat. Dit is het soort tafereel dat je niet plant. Het gebeurt gewoon.
Een van de leukste dingen aan het Vondelpark Openluchttheater is dat het nooit aanvoelt als een evenement. Het lijkt alsof het er altijd al is geweest en er altijd zal blijven. Sinds 1974 organiseert het theater elke zomer voorstellingen midden in het park. Er is cabaret, dans, klassieke muziek, pop en familietheater geweest, en niemand heeft ooit ook maar één euro hoeven betalen om binnen te komen. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar zo is het al meer dan vijftig jaar.
Iedereen gaat elk jaar naar het theater – meer dan 100.000 mensen. Dat aantal zegt niet alles, maar het zegt wel iets. Want het is moeilijk om in cijfers uit te drukken wat dit theater werkelijk waard is. Het gaat over een tiener die voor het eerst naar een professionele dansvoorstelling gaat. Over het gezin dat naar het theater gaat zonder veel geld uit te geven. Over de oudere Nederlander die hier al dertig zomers komt en zich nog steeds thuis voelt.
Het wekelijkse programma is gebaseerd op een reeks regels die al jarenlang goed werken. Op vrijdagavond wordt er gedanst. Zaterdagmiddag is er familietheater en ’s avonds cabaret. Op zondag begint de dag met klassieke muziek en eindigt deze met popmuziek. De stad kent dit ritme. Toch verrast elk seizoen van de show je met nieuwe namen en acts die je langer bijblijven dan je had gedacht.

Nog iets interessants aan deze plek is hoe jong talent hier zijn plek vindt. Voorafgaand aan elke hoofdact is er een voorprogramma met muzikanten, dansers en cabaretiers die net aan het begin van hun carrière staan. Dit noemt het theater „In the Vanguard“. Het is geen vriendelijkheid. Het is de regel. En het werkt, want de mensen die op een zonnige zondag langskomen, zijn waarschijnlijk de meest oprechte mensen die een jonge artiest ooit zal ontmoeten.
Financieel is het niet altijd even gemakkelijk geweest. Het theater is afhankelijk van subsidies en donaties van bezoekers. Dat model brengt veel twijfel met zich mee. Er is al jaren sprake van financiële stress en onzekerheid over de toekomst. Maar het podium staat er nog steeds. Mensen willen dit theater om de een of andere reden beschermen – niet omdat ze het missen, maar omdat het voorziet in een behoefte die elders niet gemakkelijk kan worden vervuld.
Omdat het Vondelpark Openluchttheater iets heel eenvoudigs doet wat je niet vaak ziet: het maakt kunst echt voor iedereen toegankelijk. Niet als een belofte of een plan, maar als iets wat je elke dag doet. Er zijn geen entreegelden, geen kaartjes en geen redenen om niet te komen. Er is alleen een podium, een park en een zomer die elk jaar opnieuw begint.
Het is moeilijk om niet te denken aan hoe weinig plekken echt doen wat ze beloven. Er is er tenminste één in Amsterdam. Als de zomer weer aanbreekt, staan de stoelen er weer. En zullen de mensen komen. Zoals altijd.
