Er speelt zich iets vreemds af op de Nederlandse festivalterreinen. Je opent de app, betaalt je ticket en denkt: „Dat was handig.” Maar dan gebeurt er nog iets anders, ergens tussen de liveprogramma’s, de interactieve plattegrond en de gepersonaliseerde artiestsuggesties in. De meeste festivalgangers merken het niet eens op.
Festivals als Pinkpop, Lowlands en Mysteryland zijn niet langer alleen maar muziekfeesten. Dankzij technologie zijn het goed geoliede datamachines geworden die de ervaring verbeteren en tegelijkertijd een volledig beeld van jou opbouwen. De chip in de polsband houdt bij waar je je op het terrein begeeft. Bij cafés en toiletten tellen sensoren hoeveel mensen er zijn. Er wordt bijgehouden welke optredens je van plan bent te bezoeken, hoe lang je bij een podium blijft en wanneer je weer weggaat. Wanneer al die puzzelstukjes worden samengevoegd, vormen ze een uitgebreid gegevensprofiel – iets wat je normaal gesproken niet zou verwachten op een festivalterrein in het weekend.
Op zich hoeft dat niet eng te zijn. Die informatie helpt organisatoren om de logistiek te verbeteren, wachtrijen in goede banen te leiden en voedselverspilling tegen te gaan. Er zijn echte voordelen, daar valt niet tegenin te gaan. Het gebruik van een kaartlezer gaat sneller. Een app op je telefoon die je vertelt dat de linkeruitgang minder druk is, is gewoon handig. Maar in de combinatie van gebruiksgemak en data schuilt een verandering die je gemakkelijk over het hoofd ziet.
Steeds vaker testen merken en start-ups hun ideeën op het festival. AR-filters, QR-codes en minigames met loyaliteitspunten zijn allemaal manieren om je aandacht vast te houden en informatie te verzamelen. De beloning is een kortingscode of een rondleiding achter de schermen. In ruil daarvoor wordt informatie over je winkelgewoonten, interesses en je locatie doorgestuurd naar derde partijen, over wie je zelden de kleine lettertjes leest. Nadat het festival voorbij is, wordt dat contact voortgezet via e-mail en gepersonaliseerde aanbiedingen. Wat begon als een eenmalige gebeurtenis op een festival, verandert in een langdurige marketingpartnerschap zonder dat iemand het doorheeft.
Aimen Taimur is onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg en bekijkt dit patroon in een breder perspectief. Ze bestudeert hoe digitale technologie onze manier van denken verandert, en ze waarschuwt ons voor wat zij een „informatieasymmetrie“ noemt: platforms weten veel meer over ons dan wij over hen, waardoor ze ons op subtiele manieren gemakkelijk kunnen manipuleren. Het lijkt een keuze, maar is dat ook echt zo? Die vraag geldt ook voor festivalapps. Ook al heb je ervoor gekozen om de app te downloaden, is het mogelijk dat je niet helemaal begrijpt wat je daarmee uit handen geeft.
In Nederland is dit nog geen groot discussiepunt. De organisatoren van festivals praten wel over gegevensgebruik, maar niet altijd even duidelijk. De meeste bezoekers van de website lezen de privacyverklaring vluchtig door en klikken op ‘akkoord’, omdat ze hun favoriete artiest niet willen missen. Ja, dat snap ik wel. Maar juist daar zit het probleem.

Gezichtsherkenning, AI-camera’s en drones proberen allemaal hun intrede te doen. Ze worden al op sommige festivals ingezet, zogenaamd voor veiligheid en crowd control. Het is niet altijd makkelijk om het verschil te zien tussen veiligheid en bewaking, en soms lijkt het alsof dat met opzet zo is. Op dit moment zijn er geen duidelijke regels die specifiek voor festivals gelden. De Europese AI-wet beschermt mensen echter wel tegen de meest schadelijke toepassingen.
Het is misschien te idealistisch om te geloven dat een festival altijd een plek kan zijn waar je even los kunt komen van technologie. Samen met de foodtrucks en lichtshows is die wereld al geruime tijd op het festivalterrein aanwezig. Dat is niet langer de vraag: verzamelen festivals gegevens? De echte vraag is of wij, als bezoekers, echt weten hoe ver dat gaat en of we daar ooit de juiste vragen over zullen stellen, bij voorkeur voordat we de app weer openen.
