Dit jaar is er iets anders aan Theaterfestival Boulevard. Bier, zomerse hitte en de drukte van mensen die tussen de voorstellingen door op een festival niet hoeven na te denken, zijn niet wat je zou verwachten. Iets scherpzinnigers. Iets spannends dat je niet helemaal onder woorden kunt brengen, maar wel voelt zodra je de eerste programmatoelichting leest.
Boulevard staat al sinds jaar en dag bekend als een festival dat meer doet dan alleen maar plezier maken. Hoewel Rotterdam na de verwoesting weer is opgebouwd, is het geen neutrale stad. Het is een stad die zichzelf steeds opnieuw uitvindt en nooit echt heeft geprobeerd moeilijke vragen uit de weg te gaan. Misschien zit het in de bodem. Misschien voelen de makers zich hier gewoon thuis omdat ze nu eenmaal zo zijn.
Die houding lijkt dit jaar duidelijker dan ooit. In Nederland worstelen veel festivals met de vraag of politieke uitspraken thuishoren op een plek die mensen samenbrengt. Uit onderzoek blijkt zelfs dat ongeveer 70% van de Nederlandse festivalgangers de politiek liever buiten de festivalpoorten laat. Boulevard kiest daarentegen voor de tegenovergestelde richting. Niet alleen om onrust te stoken, maar vanuit het idee dat kunst niet los van andere zaken kan bestaan.

Het innemen van dat standpunt zal waarschijnlijk wrijving veroorzaken, en dat is precies de bedoeling. In een cultuur die wil dat kunst ontroert, confronteert en mensen ongemakkelijk maakt, maar tegelijkertijd niet wil dat die kunst commentaar levert op de wereld buiten het podium, is er iets vreemds aan de hand. Boulevard laat deze tegenstrijdigheid zien door programmeurs te laten doen wat ze moeten doen, niet door er een manifest over te schrijven.
Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk is het moeilijker dan het lijkt. Nederlandse festivals hebben al jaren moeite om aan geld te komen, en het gepraat over investeringsmaatschappijen als KKR, die een aandeel heeft in een aantal Nederlandse festivals, laat zien hoe kwetsbaar de onafhankelijkheid van festivalorganisatoren eigenlijk is. Boulevard slaat voorlopig een andere weg in, maar de verschillen zijn nog klein.
Dit jaar lijkt het erop dat de makers van Boulevard zeggen dat zwijgen ook een keuze is. En dat de keuze die je maakt gevolgen heeft. Migratie is een politiek thema geworden, regimes worden sterker en de rechtsstaat ligt in veel Europese landen onder vuur. Het lijkt steeds onredelijker om een festival te organiseren dat deze problemen bewust negeert. Politiek neutraal zijn is niet hetzelfde als politiek blind zijn.
Aan de andere kant valt er wel iets te zeggen voor festivalgangers die gewoon even weg willen. Mensen zijn uitgeput. Wat er nu allemaal gebeurt, is zwaar. We willen allemaal wel eens een avond doorbrengen zonder na te hoeven denken over zaken als Gaza, stikstof of de laatste democratische tegenslag in Europa. Dat is geen onwil; dat is menselijk. Boulevard zegt iets anders: dat weglopen van de realiteit ook politiek is, en niet altijd de meest onschuldige vorm van politieke daad.
Wie je ook vraagt, zal je vertellen of dat argument steekhoudend is. Jongere festivalgangers lijken er meer voor open te staan dan oudere mensen. Daarom hebben sommige artiesten dit jaar voor Boulevard gekozen: om hun houding te laten zien. Er zijn ook mensen die het niet zeker weten.
Het lijdt geen twijfel dat het festival dit jaar een standpunt inneemt dat niet iedereen zal aanspreken, en dat het dat met open ogen doet. Dat gebeurt niet vaak. En aangezien Rotterdam gewend is aan heropbouw, is het misschien wel de enige keuze die logisch is.
