Er klopt iets niet aan de Amsterdamse Gashouder. De ruimte is rond en bestaat uit steen en staal. Jarenlang noemde iedereen die er serieuze muziek wilde maken het een akoestische nachtmerrie. Die beperkingen hebben de plek echter nooit losgelaten. Het is alsof de silo wachtte tot iemand het probleem serieus genoeg zou nemen om het op te lossen.
Die persoon bleek een combinatie van twee mensen te zijn: Duncan Stutterheim, eigenaar van het Westergasterrein, en Carina Kornfeind, die vroeger festivals organiseerde bij ID&T. Er is anderhalf jaar lang nagedacht over de ruimte, die vervolgens is opgeknapt en gerenoveerd. Op de muren zijn bekledingen aangebracht om frequenties te absorberen. Er is een kelder uitgegraven die nu dienst doet als entree, garderobe en kleedkamer. De ruimte stond vroeger leeg en moest elke keer dat er een avondevenement was opnieuw worden ingericht.
Nu beschikt het over een vast geluids- en verlichtingssysteem. Als je het zo opschrijft, klinkt het misschien onbelangrijk, maar iedereen die wel eens bij een concert is geweest waar de opstelling interessanter was dan de muziek, weet wat dit verschil betekent. Het interessante aan de renovatie is niet alleen wat er qua technologie anders is, maar ook welke nieuwe dingen er kunnen worden toegevoegd. De Gashouder opent dit najaar officieel zijn deuren als volwaardige culturele locatie met de nieuwe concertreeks Harmony. Harmony is niet zoals andere concertreeksen.

Er zijn geen rijen met stoelen. Er is geen podium dat iedereen kan zien. De mensen in de zaal zitten of liggen op matrassen op de vloer, en het geluid beweegt zich rondom hen. Beelden en licht ondersteunen de muziek, maar nemen niet de overhand. Hierdoor moet je anders gaan luisteren: beter opletten en afleiding vermijden.
De concerten duren ongeveer drie uur, en er zijn twee voorstellingen die op een of andere manier met elkaar verband houden. Jeroen van Veen speelt piano en er worden werken van Simeon ten Holt, Philip Glass en Ludovico Einaudi ten gehore gebracht. Ook producers als Jon Hopkins, Ben Lukas Boysen en Niklas Paschburg zijn bij het project betrokken. Muziek die goed klinkt als je er echt in opgaat, in plaats van er zomaar aan voorbij te scrollen. Dat is een vreemde maar logische mix. Die combinatie zou ook mensen kunnen aantrekken die normaal gesproken niet naar klassieke concerten gaan, maar dat is voorlopig nog een open vraag.
In diezelfde lijn is ook het feit dat het Concertgebouworkest in de zomer van 2027 in de Gashouder te gast zal zijn een teken. Het orkest, dat gewend is te spelen in een van ’s werelds beste concertzalen, zal dan samen met cellist en zanger Abel Selaocoe een programma brengen met onder meer Stravinsky’s „Le Sacre du printemps“ en Berio’s „Sinfonia“. De keuze voor deze locatie is niet zomaar een noodoplossing; het is een statement. Een teken dat de Gashouder nu serieus genoeg wordt genomen voor dat soort programmering.
De plek is enorm veranderd. In de jaren negentig was het Holland Festival het eerste evenement dat plaatsvond in een gebouw dat nog niet eerder voor muziek was gebruikt. Daarna volgden technofeesten, evenementen, lichtinstallaties zoals Skalar en concerten van artiesten als Underworld en Róisín Murphy. De ruimte werd telkens tijdelijk ingericht. Elke keer moest alles weer worden afgebroken. Een van de belangrijkste aspecten van de plek is veranderd sinds er nu een permanente infrastructuur is. Het is logisch dat de Gashouder het populairste theater van Nederland is geworden.
Niet ondanks zijn geschiedenis, maar juist dankzij die geschiedenis. Het stalen plafond, de industriële buitenkant en de ronde vorm van de zaal zijn allemaal details die je in een gewone concertzaal niet zou aantreffen. Artiesten die iets willen doen wat nergens anders past, voelen zich aangetrokken tot die ruimte. Dat is misschien wel de reden waarom iedereen daar wil optreden. Het is niet eenvoudig, maar dat geluid hoor je nergens anders.
