Het Amsterdam Roots Festival is niet meer wat het geweest is. Niet op een grootse manier of met een persbericht vol mooie woorden. Wat voor iedereen duidelijk zal zijn, is het verschil tussen de line-up voor 2026 en die van voorgaande jaren. De artiesten zijn er niet alleen om plezier te maken. Ze zijn er ook om iets te zeggen.
Zoals al meer dan veertig jaar beloofd, wordt het Oosterpark weer een plek waar mensen die normaal gesproken niet op dezelfde plek samenkomen, elkaar kunnen ontmoeten. Dit gebeurt op 28 juni. Dit jaar voelen de evenementen echter niet zozeer aan als een viering van diversiteit, maar meer als een uitnodiging om je ongemakkelijk te voelen. Dat is een klein maar belangrijk verschil.
Verlaat Casablanca niet zonder Saad Tiouly. Hij volgt de Gnawa-traditie, waarvan de muzikale wortels teruggaan tot de slavernij en spiritueel herstel. Het is geen volksverhaal. Het is een verzameling geluiden van mensen die mishandeld werden en daarna verder leefden. Dit jaar geeft Tiouly die traditie een moderne, rauwe energie in plaats van haar op te poetsen voor een westers festivalpubliek. Dit zegt iets over de keuzes die de organisatie maakt. Waarschijnlijk zal niemand hier iets aan toevoegen.

Lamisi uit Ghana versterkt dat gevoel nog. Haar afro-fusionmuziek klinkt krachtig en uitgesproken, niet ingetogen. Deze groep Afrikaanse artiesten is het beu dat hun muziek eerst door westerse critici moet worden goedgekeurd voordat ze serieus kan worden genomen. Het lijkt erop dat Lamisi daar deel van uitmaakt. Het is niet duidelijk of Amsterdam Roots dit bewust zo heeft geprogrammeerd of dat het gewoon een gelukkige samenloop van omstandigheden is, omdat ze beter hebben geluisterd. Het komt uiteindelijk toch op hetzelfde neer.
In eerste instantie klinkt het thema van dit jaar, „Cultural Commons“, niet erg duidelijk. Cultuur is iets dat iedereen samen maakt en deelt. Achter die uitdrukking schuilt echter een vraag die al jarenlang in postkoloniale discussies aan de orde is: van wie is die cultuur eigenlijk? Wie heeft er recht op? En wie werd er historisch gezien buiten gesloten? Het festival geeft geen antwoorden. Maar het brengt de vraag wel ter sprake, al is het maar gedeeltelijk.
Dit geldt ook voor MeentCoop, de speciale gastgroep die de Dag van de Gemeenschapseconomie organiseert. Er zijn energieprojecten, voedselmoestuinen, coöperaties en buurtinitiatieven. Dit zijn geen dingen die je op een festival doet. Ze laten zien hoe gemeenschappen kunnen blijven bestaan zonder de regels van de markt te volgen. Dit hoort niet voor niets thuis op een festival als Amsterdam Roots.
Een ander interessant aspect is dat het LaLaLand Festival er als speciale gast is, met een groep Indiase artiesten. Festivals die zich vroeger op Afrika en het Caribisch gebied richtten, hebben meestal Afrika en het Caribisch gebied als hoofdthema. Er ontstaat een bredere blik op een manier die niet geforceerd overkomt, maar eerder als de volgende logische stap.
Het eerste Amsterdam Roots-evenement vond in 1983 plaats in de Melkweg als het Africa Roots Festival. De naam veranderde, het publiek groeide en de podia werden groter. Maar festivals veranderen mee met de mensen die ze bezoeken. Er wordt tegenwoordig in Amsterdam veel gesproken over het koloniale verleden, de musea, de standbeelden en de straatnamen. Een festival dat helemaal in het teken staat van ‘roots’ zou daar een onderdeel van moeten zijn, anders zou het vreemd zijn.
We weten niet of dit de meest politieke editie ooit zal worden of niet. Het festival wordt nog steeds elke zondag gratis in een park gehouden. Er zijn workshops, een bazaar en rondrennende kinderen. Juist daardoor zou het wel eens krachtig kunnen zijn. Dit is niet de grote zaal of de vergaderzaal; het is het gras in het Oosterpark. Dit is de plek waar iets nieuws kan ontstaan.
