Elk zomerfestivalseizoen eindigt met een politieke discussie over de vraag of de regelgeving aangescherpt moet worden. Een evenement, een noodrapport of media-aandacht voor jongeren die na een overdosis in het ziekenhuis belanden, kunnen allemaal als aanleiding dienen. Strengere regelgeving wordt al lange tijd geëist. Het debat over wat “strenger” in de praktijk precies betekent en of schadebeperking en nultolerantie wel echt onverenigbaar zijn, is echter nog steeds gaande.
De handhavingskant van het debat is vrij rechttoe rechtaan. Leeftijdscontroles, strenge tassencontroles bij de ingang, getraind barpersoneel dat weigert alcohol te verkopen aan mensen die overduidelijk te dronken zijn, en onmiddellijke verwijdering van het festivalterrein bij verkoop of bezit van illegale middelen. Officieel volgen de meeste grote Nederlandse festivals deze richtlijnen momenteel. Een andere vraag is hoe vaak ze daadwerkelijk worden toegepast op tienduizenden bezoekers gedurende meerdere dagen.
Politiek gezien is de schadebeperkingskant ook complexer. Het idee is dat, ongeacht de wetgeving, sommige bezoekers drugs zullen gebruiken; de uitdaging is niet hoe dit te voorkomen, maar hoe de risico’s te verminderen. Om uitdroging en overmatig gebruik van drugs te minimaliseren, zijn er op het festivalterrein vrijwel standaard gratis waterpunten. Chill-outzones, afgezonderd van de luidste podia, bieden mensen die zich overweldigd voelen een plek om bij te komen zonder dat de situatie verder escaleert.
Er komt meer kijken bij medische amnestie. In veel landen is het gebruikelijk dat festivalmedewerkers bezoekers die medische hulp zoeken na een overdosis niet straffen. Deze praktijk vergroot aantoonbaar de kans dat mensen hulp zoeken. De redenering is simpel: mensen die gered hadden kunnen worden, zullen omkomen als hun angst voor juridische gevolgen hen ervan weerhoudt hulp te zoeken. Het is nog onduidelijk of dit argument in Nederland voldoende weerklank zal vinden om een permanent beleid te worden.
Het meest controversiële onderdeel van de schadebeperkingsstrategie is het testen van pillen, waarbij geïmporteerde medicijnen kunnen worden gecontroleerd op verontreiniging en samenstelling. Tegenstanders zien dit als een onuitgesproken beleid dat het gebruik van illegale drugs aanmoedigt. Voorstanders benadrukken de concrete veiligheidsvoordelen, zoals toeristen die minder risico’s nemen omdat ze weten wat er op hun tablet staat. Organisaties zoals Jellinek bieden een testservice aan op een groeiend aantal festivals in Nederland, maar de wettelijke reikwijdte hiervan is niet uniform.

Uiteindelijk roept de discussie over alcohol en drugs op festivals een lastig te beantwoorden vraag op: welke verplichting hebben festivalorganisatoren ten opzichte van bezoekers die bewust risico’s nemen? Nultolerantie als enige oplossing werkt duidelijk niet; het verschuift het gebruik, maar vermindert het niet, en het vermindert al helemaal niet de schade. De festivals die de meest tastbare veiligheidsresultaten laten zien, integreren medische hulp, preventie en handhaving. Zowel de organisatoren als de overheden die richtlijnen moeten opstellen, moeten meer doen. Op een festival met 10.000 bezoekers is het bovendien noodzakelijk te accepteren dat perfecte handhaving niet mogelijk is.
