In het theater merk je soms dat er iets is veranderd, maar niet op het podium. Op theaterfestivals zoals Avignon en het Berliner Theatertreffen een paar jaar geleden keken mensen heen en weer tussen de acteurs en een geschreven script. Hoewel die boekjes handig waren, leidden ze je aandacht steeds weer af van de voorstelling.
Nu is dat anders. Steeds meer Europese theaterfestivals maken gebruik van systemen waarmee toeschouwers via een oortje of een app naar een livevertaling kunnen luisteren, vrijwel gelijktijdig met de gesproken dialoog op het podium. De vertraging is heel klein en valt niet altijd op. Het lijkt een beetje op het luisteren naar een radiocommentator die net voorloopt op de actie: in het begin voelt het vreemd, maar na een tijdje vergeet je dat je naar een machine luistert.
We moeten eerlijk zijn en toegeven dat de vertalingen nog wat ruw zijn. Theater is tenslotte geen rechtbankverslag. Woordspelingen gaan soms verloren, dialecten worden afgevlakt en acteurs die improviseren, brengen het systeem vaak in de war. Toch komen de belangrijkste aspecten van wat er gebeurt (de sfeer, de spanning en het verhaal) goed over. En ondertitels hebben dat nog nooit op precies dezelfde manier kunnen doen.

Een reeks technologieën die de afgelopen jaren snel zijn ontwikkeld, heeft dit mogelijk gemaakt. Nu spraakherkenning grote vooruitgang heeft geboekt, kunnen zelfs gefluitde dialecten of voorgedragen poëzie nauwkeurig worden nagebootst. Vervolgens wordt die transcriptie ingevoerd in een vertaalengine. Tekst-naar-spraak-systemen zetten dat om in gesproken taal in de eigen taal van de luisteraar. Soortgelijke technologie wordt al door het Europees Parlement gebruikt voor zijn meertalige debatten, wat aantoont dat dit niet langer slechts een experiment is, maar een werkend systeem dat drukke, gecompliceerde situaties aankan.
Toch blijft er één vraag over. Mis je iets belangrijks als je theater bekijkt via de ‘oren’ van een machine? Een Poolse acteur die in zijn eigen taal schreeuwt, zegt iets dat in een vertaalde versie misschien niet duidelijk is. Elke taal heeft zijn eigen klank die een boodschap overbrengt. Veel mensen die in het theater werken, weten dit, dus maken ze wel gebruik van technologie, maar vertrouwen er niet te veel op.
Op dezelfde manier moet er duidelijk worden gecommuniceerd over wat het publiek werkelijk hoort. Europese regels, met name die uit de EU-AI-wet (waarvan delen in augustus 2026 van kracht worden), maken duidelijk wanneer er AI wordt gebruikt in de communicatie. Voor festivals betekent dit één duidelijk ding: vertel je publiek wat er aan de hand is. Maak duidelijk dat het hier niet gaat om een menselijke tolk in een cabine, maar om AI-ondersteunde vertaling.
Dit verschil is niet alleen om juridische redenen belangrijk; het beïnvloedt ook hoe mensen luisteren. Een tolk is een persoon die beslist hoe een zin vertaald moet worden. Soms maakt hij of zij artistieke keuzes. Dit is wat een AI-systeem ook doet, maar het doet dit op basis van andere regels. Mensen die in het theater zitten, moeten weten wiens stem er in hun oor fluistert.
Op Europese festivals krijgt een nieuw soort overeenkomst tussen artiesten en publiek langzaam vorm. Taal hoeft mensen niet langer te weerhouden om binnen te komen. Een Nederlander kan begrijpen wat er gebeurt in een Catalaanse voorstelling. Een Griek in Perth. Een Fin in Bourges. Het idee van een Europees theaterpubliek, niet alleen een Europese theatermarkt, begint vorm te krijgen.
Het valt nog te bezien of dit goed is voor het theater in het algemeen. Maar het lijdt geen twijfel dat het voor mensen gemakkelijker wordt om mee te doen. Dat zou het begin kunnen zijn van iets nieuws voor een kunstvorm die altijd al te kampen heeft gehad met lege stoelen.
