Sinds de oprichting in 1990 heeft het ITS Festival zich ontwikkeld tot een van de meest unieke theaterweken die Nederland te bieden heeft. Niet omdat het het grootste of duurste is, maar omdat het iets bereikt wat maar weinig festivals doen: het laat zien wat er komen gaat. In essentie biedt elk programmadeel een voorproefje van een nog onbekende, maar potentieel veelbelovende generatie producenten.
Elk jaar worden er in één week op het festival in Amsterdam zo’n vijftig producties van afgestudeerden van officiële Nederlandse theaterscholen gepresenteerd. Ook internationale afstudeerprojecten worden uitgenodigd, wat het festival een bredere scope geeft dan alleen een nationaal evenement. Het programma omvat cabaret, dans, theater en mime. Het Compagnietheater, Frascati, De Brakke Grond, de theaterschool zelf en het Openluchttheater in het Vondelpark zijn slechts enkele van de locaties in Amsterdam waar de voorstellingen plaatsvinden.
Deze spreiding over de stad geeft het festival een levendige sfeer, alsof het hele stadscentrum even meedoet. De samenkomst van professionals, studenten en publiek op één locatie is wat het ITS Festival onderscheidt van andere festivals. Sinds Theu Boermans in 2005 artistiek directeur werd, heeft hij dit idee consequent hooggehouden: het festival als ontmoetingsplek in plaats van slechts een programma-instrument. Tim Persent is verantwoordelijk voor het dansgedeelte. Samen geven deze twee invalshoeken – dans en theater – het festival een reikwijdte die afstudeervoorstellingen niet per se hebben.
Het ITS was tot 2003 een project van de Theaterschool van de Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam. Gevestigd aan de Oudezijds Achterburgwal, werd het later een zelfstandige stichting. Deze stap naar onafhankelijkheid was geen willekeurige administratieve manoeuvre; integendeel, het stelde het festival in staat om een eigen artistiek karakter te ontwikkelen, los van elke specifieke organisatie. Het festival heeft een zekere consistentie zonder bureaucratisch aan te voelen, omdat het bestuur bestaat uit mensen met ervaring in theater, beleid en administratie.
In 2014 vierde het festival zijn 25-jarig jubileum, wat aantoont hoe standvastig het zijn positie heeft weten te behouden. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid in een tijd waarin kleinere festivals soms verdwijnen en de culturele sector onder druk staat. De ontwikkeling van theateropleidingen en de mate waarin afstudeerwerk nog steeds serieus wordt genomen naast dat van bekende namen, zullen bepalen of het ITS in de komende jaren in zijn huidige vorm kan blijven bestaan.

Iedereen die ooit een voorstelling op het festival heeft gezien, zal waarschijnlijk iets herkennen dat moeilijk onder woorden te brengen is: een mix van openheid en spanning die minder gebruikelijk is bij meer bekende evenementen. Voor het eerst treden studenten op voor een echt publiek; kunstenaars maken zich zorgen of hun regie wel zal slagen; en toeschouwers weten niet zeker wat ze te zien zullen krijgen. Het evenement is juist door dit element van onzekerheid levendiger dan veel programma’s waarvan het succes al van tevoren vaststaat.
