Op het Amsterdam Dance Event is er iets veranderd. Niet op een opzichtige manier of van de ene op de andere dag. Het is meer een langzame verschuiving, het soort dat je pas opmerkt als je er middenin zit, om 02.15 uur ’s nachts, op een plek die zowel een club als een theater is. De belichting doet niet wat je ervan verwacht. Er speelt meer mee bij de artiest dan alleen de muziek. En je begint je af te vragen: is dit nog steeds een feest, of ben ik per ongeluk in een performance terechtgekomen?
ADE begon in 1996 als een vakbeurs. In De Balie stonden stands en waren er een paar honderd mensen. ’s Avonds was er een klein programma in Paradiso en De Melkweg. Dit project was bedoeld om Nederlandse dansmuziek wereldwijd bekend te maken. Het werkte, dat is nog zacht uitgedrukt. Het evenement, dat nu aan zijn eenendertigste editie toe is, vindt plaats op 300 locaties en telt meer dan 1.200 evenementen, die jaarlijks zo’n 500.000 mensen trekken. Wat misschien niet zo duidelijk is, is hoe ADE langzaam is uitgegroeid tot een podium voor iets wat je eerder in een theater zou verwachten.
Het begon eigenlijk allemaal in 2015, toen de Sugarfactory een show organiseerde waarin theater en elektronische muziek werden gecombineerd. De vier Nederlandse acts verschilden sterk in stijl, maar ze deelden allemaal het idee dat er een ruimte bestaat tussen een clubavond en een theatervoorstelling die verkend moest worden. Programmeur Tycho Hellinga zei het destijds ronduit: performancekunst was nog niet aanwezig op ADE, ook al was het al lang een belangrijk onderdeel van het nachtleven geworden. Organisatoren boekten steeds vaker performers naast dj’s; ADE kon niet achterblijven.

Na tien jaar is duidelijk dat dit geen eenmalig fenomeen was, maar een duidelijke koers. Elke dag van 17.00 uur tot middernacht vinden er optredens plaats in Theater Amsterdam. De keuze voor een ruimte die overdag een evenementenlocatie is, ’s avonds iets anders wordt en ’s nachts terugkeert naar oervibraties en dansvloeren, lijkt met opzet gemaakt. De grenzen zijn niet verdwenen, maar ze zijn veel minder duidelijk dan voorheen.
Het is niet duidelijk of dit een artistieke keuze is of gewoon de manier waarop het gaat in een markt die zich moet onderscheiden. Waarschijnlijk is het een combinatie van beide. Muziekfestivals en clubs willen meer bieden dan alleen muziek. Aan de andere kant willen sommige artiesten juist in dat soort ruimtes werken – niet in een ‘white cube’-museum of een traditioneel theater, maar ergens waar mensen staan, bewegen, drinken en soms niet zeker weten wat ze zien. Dat ongemak en die lichte verwarring kunnen je iets laten ervaren wat een gewone plek niet kan bieden.
In dat opzicht is Amsterdam niet anders, maar het blijft een unieke plek om te wonen. De stad heeft een lange geschiedenis van clubs die meer waren dan alleen clubs. Van de RoXY tot de nieuwe Shelter: dit waren plekken waar zowel aan de uitstraling als aan de programmering aandacht werd besteed. In zekere zin is ADE de instelling die die traditie voortzet. De structuur van een conferentie, de energie van een festival en nu ook enkele doelstellingen van een kunstinstelling zijn er allemaal in terug te vinden.
Dat is niet altijd een goede zaak. Het samenkomen van werelden die op verschillende manieren functioneren, brengt risico’s met zich mee. Mensen die naar het theater gaan en mensen die naar clubs gaan, hebben niet altijd dezelfde verwachtingen, wat tot problemen kan leiden. Dat gezegd hebbende, is dat misschien juist de bedoeling. Meestal gebeuren de meest interessante dingen niet op plekken waar iedereen weet wat hij kan verwachten.
Dit jaar laat ADE zien dat een dansfeest je ook stof tot nadenken kan geven. Het is slechts een vraag, geen antwoord of stelling. Wat zou een avond kunnen zijn? En hoe maak je het verschil tussen kunst en plezier? We geven hier geen antwoord op deze vragen; in plaats daarvan dansen we eromheen.
