Er gebeurt iets vreemds in de Nederlandse theaterwereld. Terwijl regisseurs en theaterdeskundigen langzaam AI-tools gaan uitproberen in het creatieve proces – voor dramaturgie, repetitieanalyse en zelfs het schrijven van ruwe concepten – groeit er tegelijkertijd iets anders. Een verlangen. Naar de acteur die zich verspreekt. Naar de te lange stilte. Naar het zweet dat zichtbaar is in de schijnwerpers.
Iedereen die de afgelopen maanden naar de bioscoop is geweest, zal het hebben opgemerkt, ook al is het moeilijk precies te benoemen. De aandacht wordt op een andere manier gevoeld. Alsof de toeschouwers beter opletten. Het is alsof mensen weten of denken dat wat ze zien op een bepaalde manier beperkt is, op een manier die voorheen niet zo was.
| Onderwerp | Theater en kunstmatige intelligentie |
|---|---|
| Sector | Podiumkunsten / Culturele industrie |
| Geografische focus | Nederland en Vlaanderen |
| Relevante spelers | Theaterkrant, Frascati Theater, componisten, tekstschrijvers, theatermakers |
| Kernthema | Herwaardering van menselijkheid in reactie op AI-integratie |
| Verwante beweging | Vergelijkbaar met fotografie vs. schilderkunst (19e eeuw) |
| Publicatiedatum context | Zomer 2025 – zomer 2026 |
| Toon | Kritisch-reflectief, cultureel observerend |
Er zit een patroon in de opkomst van AI in de kunsten dat we eerder hebben gezien. Toen de fotografie zijn intrede deed, kon schilderkunst niet langer de enige manier zijn om de werkelijkheid weer te geven. Dat zorgde ervoor dat kunstenaars naar binnen keken, naar het abstracte en naar interpretatie. Van het impressionisme tot het expressionisme: de dreiging bleek juist de drijfveer te zijn voor nieuwe ideeën. Er is weinig reden om aan te nemen dat het nu anders zal zijn. Maar deze keer voelen de omvang en de snelheid van de chaos anders aan. Nog verontrustender.
De effecten zijn nu al zichtbaar in muziek en literatuur. AI maakt melodieën, schrijft songteksten en bedenkt het begin van romans. Het doet dit snel, soepel en op een bepaalde manier indrukwekkend. Begin dit jaar verwoordde componist en regisseur Erwin Radjinder Angad-Gaur het heel duidelijk: AI kan kopiëren, maar het kan geen nieuw licht werpen op een wereld die verandert. Het geeft je het gevoel creatief te zijn zonder dat je je daarvan bewust bent of dat je dat van plan bent. In het theater is dit verschil misschien nog duidelijker dan in andere kunstvormen.

Het lichaam is wat theater mogelijk maakt. Het is van nature aanwezig, kwetsbaar en van korte duur. Een acteur die een tekstregel verprutst en dat heel even op zijn gezicht laat zien, is informatie die niet gepland kan worden. Juist dat gebrek aan controle, die rafelige rand, geeft theater zijn kracht. AI mist juist dit.
Dat wordt langzaam aan iedereen duidelijk, zelfs aan het publiek. Er zijn steeds meer theaterbezoekers – en dat zijn niet alleen ouderen – die kiezen voor kleinschalige producties, kunstenaars die geen computers gebruiken, en lege zalen met slechts één acteur en een stoel. Dat is niet uit nostalgie. Het kwam juist doordat ze ernaar hunkerden. Als alles gemaakt kan worden, als perfectie op elk moment kan worden besteld, dan worden onvolkomenheden zeldzaam. Zeldzame dingen worden waardevoller.
Het is nog te vroeg om te zeggen of dit een blijvende trend is of slechts een voorbijgaande reactie. Zelfs in de theaterwereld begint AI een goed idee te lijken. Hulpmiddelen die de productiekosten verlagen, zullen aantrekkelijk zijn voor kleine bedrijven met een krap budget. Ja, dat begrijp ik wel. En misschien komt er een tijd waarin AI en menselijke makers op een zinvolle manier samenwerken, zoals sommige regisseurs nu al voorzichtig spreken over hoe AI en mensen als sparringpartners samenwerken in het creatieve proces. Maar voorlopig lijkt het erop dat het podium, waar de ene persoon tegenover de andere staat, niet kan worden overgenomen.
Wat de opkomst van AI de theaterwereld misschien per ongeluk kan geven, is een herinnering. Een herinnering aan waarom theater überhaupt is ontstaan. Niet om iets perfect te maken, maar om iets levendigs en open te laten zien. Daar is geen algoritme voor nodig. Om dat te laten werken, moet iemand bereid zijn om in het openbaar te falen.
