Ongeveer halverwege een glooiende bergweide in de Savoie is een houten podium opgebouwd. Het ligt op zo’n 1.000 meter boven zeeniveau. Er zijn geen grote schermen en er draaien geen dieselgeneratoren op de achtergrond. De geluidsinstallatie draait op zonne-energie, de eetkraampjes worden bevoorraad door boeren uit een vallei een paar kilometer verderop, en de paar honderd bezoekers zitten op gerecyclede stoelen of op het gras. Het is niet bepaald het meest spectaculaire festivalbeeld dat je je kunt voorstellen. Maar het is misschien wel de meest authentieke.
Het is moeilijk om de kleinschalige ecologische festivals te beschrijven die de afgelopen jaren in de Franse Alpen zijn ontstaan, zonder dat ze te romantisch klinken. Dit zijn geen niche-experimenten meer. Ze zijn langzaam uitgegroeid tot een echte marktbeweging die grote namen in de evenementenbranche niet langer kunnen negeren als een bijzaak waar slechts een handjevol mensen van droomt.
| Categorie | Informatie |
|---|---|
| Locatie | Franse Alpen, met name regio’s zoals Savoie, Haute-Savoie en Isère |
| Type evenement | Kleinschalige, ecologische muziek- en cultuurvfestivals |
| Kenmerken | Zero waste, lokale voeding, hernieuwbare energie, geen plastic, kleinschalig publiek |
| Doelgroep | Milieubewuste festivalgangers, 20–40 jaar |
| Markttrend | Stijgende vraag naar duurzame evenementen in Europa |
| Vergelijkbare initiatieven | We Love Green (Parijs), Shambala (VK), Into The Great Wide Open (Nederland) |
| Relevante periode | 2015–heden, met versnelde groei na 2020 |
De locatie van deze bergfestivals is niet het enige dat ze uniek maakt. Het gaat om de manier waarop ze zijn opgezet. Een gemiddeld festival in Europa trekt tienduizenden bezoekers, wat veel leveranciers, plastic bekers en dieselgeneratoren vereist. Eco-festivals in de Alpen kiezen er daarentegen voor om op kleinere schaal te werken. Niet als regel, maar als beperking. De organisatoren bepalen hoeveel tickets ze kunnen verkopen op basis van wat de locatie en het omliggende ecosysteem aankunnen, niet op basis van het maximale aantal tickets dat ze kunnen verkopen. De manier waarop de festivalbranche doorgaans werkt, wijkt sterk af van die manier van denken.

Een ander argument dat steeds meer aan kracht wint, is het economische aspect. Mensen die bewust naar dit soort festivals gaan, zijn doorgaans bereid meer te betalen voor een ticket. Niet omdat het festival luxer is, maar omdat het idee erachter goed is. Mensen die doneren, weten dat hun geld niet naar grote podia of marketingcampagnes gaat, maar terugvloeit naar boeren, ambachtelijke brouwers en energicoöperaties in de regio. Dit kleine maar trouwe publiek is op de lange termijn wellicht waardevoller voor festivalorganisatoren dan de grote groepen mensen die elk jaar van het ene grote festival naar het andere trekken.
De Franse Alpen hebben bovendien iets wat elders moeilijk te vinden is: een authentieke omgeving. Er is een reden waarom festivals als We Love Green in Parijs en soortgelijke projecten in andere delen van Europa geld steken in duurzaamheid. Mensen zijn het ‘greenwashing’ beu. Op een festival dat op diesel draait, maakt een herbruikbare beker niet echt het verschil. Maar een festival dat plaatsvindt in de bergen, met gletsjerwater en de geur van dennenbomen overal om je heen, en waar de hele planning is afgestemd op die locatie, voelt anders aan. Dat is logisch.
Je zou kunnen denken dat dit soort evenementen alleen bedoeld zijn als luxe voor een bepaald type festivalganger. Maar dat is niet echt waar. In 2023 was acht procent van de festivals in Nederland vegetarisch of veganistisch, maar dat aantal steeg vorig jaar tot ongeveer twintig procent. Milieuvriendelijk zijn is niet langer slechts een modegril; mensen verwachten nu dat dingen duurzamer zijn. In dat opzicht zijn de ecologische festivals in de Alpen het beste voorbeeld. Zij werken al jaren aan zaken die grotere spelers nu pas als doelstellingen noemen.
Toch zijn er goede redenen om vraagtekens te plaatsen. Kan een klein festival in de bergen echt invloed hebben op de muziekindustrie als geheel? Het is nog steeds niet duidelijk of hun model kan worden opgeschaald of dat het daarbij zijn nut verliest. In de festivalwereld bestaat er een diepgewortelde spanning tussen grote doelstellingen en kleine evenementen. Mojo, het bedrijf dat grote evenementen zoals Pinkpop en Lowlands organiseert, wil in 2030 klimaatneutraal zijn. 100.000 mensen van de ene plaats naar de andere vervoeren, hen van eten voorzien en accommodatie voor hen regelen, is heel wat anders dan een weekend in de Savoie plannen voor 300 bezoekers.
De kleine festivals in de Alpen laten echter wel zien dat het idee op de een of andere manier werkt. Ze laten zien dat er andere manieren zijn om dingen aan te pakken. Dat een festival zonder plastic, diesel of wegwerptenten niet per se minder leuk hoeft te zijn. Veel bezoekers zeggen zelfs dat het gevoel van verbondenheid met de plek is wat ze zich het meest herinneren. En dat is precies wat de grote festivals steeds harder proberen te bereiken, met steeds grotere budgetten maar met wisselend succes. Het lijkt erop dat de markt zich juist in de richting van dit soort ideeën beweegt, en er niet van af. De enige vraag is: wie kan dit bijhouden?
