Er is iets vreemds aan de manier waarop Nederlanders over diversiteit praten. Er worden evenementen georganiseerd, posters opgehangen en beleidsplannen opgesteld. Vervolgens zijn we verbaasd als de stoelen nog steeds leeg blijven. De mensen die er wel zijn, waren er al van overtuigd. Mensen die er niet zijn, kunnen niet horen wat er gezegd wordt. Hetzelfde gebeurt keer op keer, van collegezalen op universiteiten tot gemeentehuizen. Op het ITs Festival in Amsterdam wordt iets nieuws geprobeerd. Niet door het onderwerp bij naam te noemen, maar door dingen op het podium te verschuiven.
Jongeren van toneelscholen over de hele wereld, van Lagos tot Ljubljana en van São Paulo tot Seoul, komen samen voor het festival. In de keuken, de foyer en de repetitieruimte staan ze naast elkaar. Ze gaan naar elkaars voorstellingen kijken. Ze maken ruzie omdat ze elkaars culturen of talen niet begrijpen en verschillende ideeën hebben over wat theater zou moeten doen.
| Informatie | Details |
|---|---|
| Naam | ITs Festival (International Theatre School Festival) |
| Locatie | Amsterdam, Nederland |
| Type evenement | Internationaal theaterfestival voor jonge makers |
| Focus | Theatereducatie, diversiteit, inclusie, jonge stemmen |
| Frequentie | Jaarlijks |
| Doelgroep | Studenten theateropleidingen, makers, publiek |
| Relevantie | Platform voor ondervertegenwoordigde stemmen in de podiumkunsten |
| Bijzonderheid | Verbindt internationale scholen met uiteenlopende culturele achtergronden |
Er is niets mis met die botsing. In die botsing schuilt een festival. En dat is iets wat de meeste diversiteitsevenementen missen: de spanning is echt en kan worden gezien en gevoeld, en wordt niet zomaar weggepraat in een paneldiscussie. Een paar jaar geleden, tijdens een debat over diversiteit aan de TU Delft, vroeg iemand: „Wie luistert er eigenlijk?”, en die vraag is me bijgebleven. De zaal was maar halfvol. De meeste aanwezigen waren vrouwen, en zij wisten dit allemaal al. Enkele van de belangrijkste mensen voor deze boodschap – mannen – waren er niet eens bij. Dit probleem speelt al een tijdje. Je kunt mensen niet dwingen om te luisteren. Maar je kunt ze wel naar een plek brengen waar ze wel moeten luisteren. Dit is iets wat een goed festival kan doen en een lezing niet.
Op deze manier werkt het ITs Festival door zijsprongen te maken. Als je samen met een Braziliaan en een Nederlander naar een voorstelling van een Koreaanse school over gezinsstress kijkt, voelt dat heel anders. Het gesprek dat daarop volgt, komt vanzelf op gang. Iemand heeft al de leiding. Op dit moment is er geen PowerPoint met cijfers over loonverschillen of quota. Het enige wat op het podium staat, is een jonge schrijver met een verhaal dat uit zijn of haar eigen leven zou kunnen komen.

Daar ligt ook de kracht van het festival, maar het maakt het tegelijkertijd kwetsbaar. Want wie bepaalt welke verhalen worden verteld? Welke scholen worden benaderd? Welke talen spreken de mensen? Een platform dat zegt open te staan voor iedereen, maar niemand laat zien hoe het zijn deelnemers selecteert, is nog steeds een gesloten systeem met een mooiere buitenkant. Jaar na jaar zou het festival zichzelf deze vraag hardop moeten stellen.
Toch zit er iets eerlijks in de manier waarop het ITs Festival werkt. Van mensen wordt niet gevraagd zich aan te passen aan een bepaalde dominante stijl. Een school uit Ghana hoeft geen theater te maken zoals men dat in Europa doet om serieus genomen te worden. Het lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet. In veel kunstscènes over de hele wereld is de Europese norm nog steeds de onuitgesproken norm. In dit geval lijkt het er in ieder geval op dat mensen zich daarvan bewust zijn.
