Soms begint het met een stoel. Midden op een leeg toneel staat slechts een houten stoel. Er zijn geen achtergronddoeken, projectoren of decorstukken die voor context zorgen. De acteur beweegt zich rond de stoel of zit erop, en plotseling is het een kamer, een gevangenis, een herinnering of wat het stuk op dat moment ook maar vereist. Bij een geslaagde uitvoering kan minimalistisch theater dit bereiken door het publiek de hiaten te laten invullen die de decorontwerper heeft opengelaten.
Aan de andere kant van het spectrum – en beide uitersten zijn zichtbaar tijdens het International Theatre School Festival – vinden we voorstellingen die beginnen op een leeg toneel en eindigen in wat op het eerste gezicht chaos lijkt: lagen van overlappende projecties, live geluid dat het publiek tegelijkertijd van links en rechts bereikt, en acteurs die zich door de ruimte bewegen terwijl kostuums en rekwisieten voortdurend de visuele hiërarchie doorbreken. Ook dat is een bewuste keuze. Het idee is dat je de voorstelling eerst ervaart voordat je deze in je opneemt; je hoeft het dus niet meteen te doorgronden.
Studenten decorontwerp en regie aan opleidingen die verbonden zijn aan het ITS werken bewust met beide uitersten. Deze diversiteit in het programma is geen toeval, maar een pedagogische keuze: wie alleen eenvoud weet te creëren, benut slechts de helft van zijn arsenaal. Omgekeerd levert iemand die enkel visuele overdaad inzet – zonder te beseffen wanneer verstilling krachtiger is – theater op dat eerder uitputtend dan inspirerend werkt.
Door de aandacht te richten op wat er niet is, vertelt de decorontwerper bij minimalistische stukken op subtiele wijze het verhaal. Afhankelijk van de interactie van de acteur en de lichtinval kan een metalen kist midden op de vloer symbool staan voor een doodskist, een gevangenis, een koffer of de grens tussen twee werelden. In een lege ruimte fungeert goed ontworpen belichting als architectuur: het verdeelt het toneel in zones die de toeschouwer als afzonderlijke locaties ervaart en creëert muren die er in werkelijkheid niet zijn. Dit vereist precisie; op een leeg toneel valt een afwijking van een halve graad in de lichtrichting direct op.
De overgang naar zintuiglijke overprikkeling vraagt om andere vaardigheden. Het doel is om het rationele denkproces van het publiek te omzeilen en direct de intuïtie aan te spreken wanneer een productie de zintuigen bewust overstelpt – wanneer de kakofonie van kleur, muziek en beweging een artistieke keuze is in plaats van een fout. Een gefragmenteerde samenleving weerspiegelt zich in fragmentatie, terwijl psychische ontregeling tot uitdrukking komt in een visuele kakofonie. Deze strategie slaagt alleen wanneer de chaos beheerst wordt – dat wil zeggen: wanneer de regisseur zich bewust is van de precieze grenzen van die chaos.

Het onderscheidende karakter van het ITS Festival als leeromgeving komt voort uit dit contrast: dat tussen een enkele stoel en een totale visuele explosie. Beide benaderingen vereisen een vergelijkbaar niveau van creatief inlevingsvermogen en technische expertise. Wie dit begrijpt, doorziet het werkelijke potentieel van het theater.
